Zwik
Een zwik is het wigvormige of driehoekige hoekstuk tussen een boog en de omlijsting waarin die boog is gevat.
Betekenis
Een zwik is het wigvormige of driehoekige hoekstuk tussen een boog en de omlijsting waarin de boog rust. De boog kan aan weerszijden van een kolom ontstaan of een gebogen deel boven een deur of raam vormen. In de context van koepels wordt met zwik ook de holvormige driehoek bedoeld die overeenkomt met een pendentief. Daarnaast verwijst zwik naar een wigvormig deel zoals een houten pin voor het luchtgat van een vat.
Toepassing
De term zwik wordt gebruikt bij muur- en gewelfconstructies.
- Bij rondbogen en boogopeningen boven deuren en ramen.
- Tussen kolommen waar boogvelden aan weerszijden aansluiten.
- In koepelconstructies als de holvormige driehoek (zie pendentief).
- Als houten wig of pen voor het afsluiten van het luchtgat van een vat.
Aandachtspunten
- Onderscheid maken tussen de muurzwik (hoekstuk bij een boog) en de gewelfzwik (holvormige driehoek van een koepel).
- Versiering van zwikken komt frequent voor; een versierde zwik met waaiermotief noemt men een waaierzwik.
- Engelstalige termen zijn spandrel of spandril; bij koepels wordt ook het woord pendentive gebruikt.
- De term halfzwik duidt op een gedeeltelijke of halfronde uitvoering.
Typen / uitvoeringen
- Waaierzwik: een zwik versierd met een waaiermotief.
- Halfzwik: een gedeeltelijke zwikvorm.
- Versierde zwikken met medaillons of plantmotieven, bijvoorbeeld bladmotieven.
- Figuratief beschilderde of gebeeldhouwde zwikken met voorstellingen (bijv. Adam en Eva, bouwmeester met passer).