Amorf

Amorf geeft aan dat een stof een glasachtige, niet-kristallijne structuur of een vormeloze verschijningsvorm heeft.

Betekenis

Amorf is de aanduiding voor een glasachtige structuur of fase van een stof die niet is opgebouwd uit kristallen. De term wordt ook gebruikt in de betekenis 'zonder specifieke vorm' of 'vormeloos'. Amorf materiaal kan anders reageren op fysische invloeden dan kristallijn materiaal, bijvoorbeeld bij verwarming of afkoeling.

Toepassing

De term amorf wordt toegepast in uiteenlopende vakgebieden.

  • Bij polymeren: de amorfe fase kan bij afkoeling overgaan in een kristallijne fase.
  • In elektronica/energie: amorf silicium wordt toegepast voor zonnecellen.
  • In materiaalkunde: amorf metaal wordt gemaakt met een andere atoomordening zodat het anders reageert op hitte.
  • In de studie van ijs: waterijs kan bij lage temperaturen amorf zijn, in tegenstelling tot kristallijn ijs.
  • In de biologie en klinische analyse: amorf materiaal kan voorkomen in urine en witte bloedcellen kunnen amorf van vorm zijn.

Aandachtspunten

  • Onderscheid amorf (geen kristalstructuur) van kristallijn (gestructureerde ordening).
  • Amorf materiaal kan bij afkoeling of andere thermische processen naar een kristallijne fase overgaan.
  • Amorf metaal vertoont een afwijkend gedrag bij verwarming ten opzichte van kristallijn metaal.
  • Amorf materiaal in urine betreft vaak niet-celvormige bestanddelen zoals eiwitten of slijm; het valt niet onder bloedcellen of kristallen.

Voorbeelden

  • Gesmolten polymeer dat bij afkoeling een amorfe naar kristallijne overgang doormaakt.
  • Amorf silicium in zonnecellen.
  • Waterijs dat bij sterke onderkoeling amorfe eigenschappen heeft.
  • Amorf metaal met een niet-kristallijne atomaire ordening.
  • Witte bloedcel zonder vaste vorm; amorf materiaal in urine (meestal eiwitten of slijm).