Brandklasse

De brandklasse beschrijft het gedrag van een materiaal bij brand, inclusief rook- en druppelvorming.

Betekenis

De brandklasse geeft het gedrag van een materiaal bij brand weer, in de kern de brandbaarheid ervan. Daarbij worden naast ontvlambaarheid ook rookontwikkeling en druppelvorming bij brand meegewogen, omdat die het risico voor personen en de brandverloop beïnvloeden.

Toepassing

De brandklasse wordt gebruikt om materialen te selecteren en bouwkundige eisen vast te leggen.

  • Specificeren van bekleding en bekledingselementen voor gevels en plafonds.
  • Vastleggen van minimale eisen in bouwvoorschriften (bijv. gevelpanelen voor hoge gebouwen).
  • Classificeren van materialen voor veiligheidsdocumentatie en technische fiches.
  • Kiezen van geschikt blusmiddel afhankelijk van het soort brand (brandklasse in de zin van soort brand).

Aandachtspunten

  • Rook- en druppelvorming beïnvloeden de eindclassificatie; veel rook of druppels verslechtert de score.
  • Klasse A1 impliceert per definitie geen rookvorming en geen druppelvorming (A1 ≈ A1-s0,d0).
  • Niet-geteste materialen vallen automatisch in de laagste klasse (F).
  • Oude nationale indelingen zijn herleid naar de huidige euroklassen; controleer welke indeling van toepassing is.
  • De bepaling van brandklasse berust op meerdere parameters zoals vlamuitbreiding, hitteontwikkeling en totale rookproductie.

Euroklasse

De Europese klassering loopt van A1 (hoogst) tot F (laagst), waarbij A1 geen bijdrage aan brand mag leveren en F uiterst brandbaar is.

  • A1: geen enkele bijdrage; onbrandbaar; voorbeelden: calciumsilicaatbeplating, steenachtige materialen (gips, baksteen, beton), keramiek, natuursteen, minerale wol.
  • A2: nauwelijks bijdrage; praktisch onbrandbaar; voorbeelden: gipskartonbeplating (bv. gipsplaat Gyproc A heeft A2-s1,d0).
  • B: zeer beperkte bijdrage; zeer moeilijk brandbaar; voorbeelden: PVC-vloerbedekking, sommige textiele vloerbedekking, geverfde gipsplaat, brandvertragend MDF, cementgebonden spaanplaat, PIR, Resol.
  • C: grote bijdrage; brandbaar; voorbeelden: zwaardere houtsoorten, gipsplaat met behang, EPS, vlas.
  • D: hoge bijdrage; goed brandbaar; voorbeelden: de meeste houtsoorten, onbehandeld multiplex, MDF, OSB, spaanplaat, hardboard D-s2 (behandelde soorten kunnen hoger scoren).
  • E: zeer hoge bijdrage; zeer brandbaar; voorbeelden: kunststof, XPS.
  • F: gevaarlijke bijdrage; uiterst brandbaar; voorbeelden: niet-geteste materialen.

Voorbeeldregel: gevelpanelen van gebouwen hoger dan 13 meter moeten minimaal brandklasse B hebben (bij voorkeur A1 of A2).

Classificatie-indicatoren

De classificatie wordt vaak weergegeven als Xn‑sn,dn (bijv. A2‑s1,d0).

  • Xn: het materiaalgedrag bij brand (euroklasse van A1 tot F).
  • sn: mate van rookvorming (s van smoke); een lager getal duidt op minder rook.
  • dn: mate van druppelvorming van brandende of gloeiend hete deeltjes (d van drop); een lager getal is beter.
  • Voorbeeld: systeemplafondplaten moeten bijvoorbeeld A2‑s1,d0 voldoen.

Rookvorming (s-klasse)

Voor rookontwikkeling gelden de subklassen s0–s3 met voorbeelden:

  • s0: geen rookvorming; voorbeeld: baksteen.
  • s1: gering (doorzichtige rook); voorbeelden: steenwol, glaswol, gipskartonplaat, resolschuim (PF).
  • s2: gemiddeld (ondoorzichtige rook); voorbeeld: geïmpregneerd hout.
  • s3: groot (zeer ondoorzichtige rook); voorbeelden: EPS, PUR.

Druppelvorming (d-klasse)

Druppelvorming geeft gevaar door brandende druppels aan; subklassen d0–d2 met voorbeelden:

  • d0: gedurende 10 minuten geen druppels; voorbeelden: hout, steenwol.
  • d1: in de eerste 10 minuten kunnen druppels van meer dan 10 seconden ontstaan; voorbeeld: kunststof.
  • d2: onbeperkte druppelvorming; voorbeeld: polystyreen.

Oude situatie (oudere brandklassen)

Historische Nederlandse indelingen zijn vertaald naar de huidige euroklassen:

  • onbrandbaar => A1
  • 1 => B
  • 2 => B (voor besloten ruimte) en C (voor niet-besloten ruimte)
  • 3 => C
  • 4 => D
  • T1 => Cfl (waarbij "fl" betrekking heeft op floor/vloer)

Aspecten bij bepaling

Bij de classificatie van brandklasse spelen meerdere aspecten een rol:

  • temperatuurstijging en massaverlies;
  • vlamuitbreiding en mate van branduitbreiding;
  • horizontale vlamuitbreiding en vlamtijden;
  • totale calorische waarde en totale hitteontwikkeling;
  • totale rookproductie en productie van brandende druppels/delen.