Barok

De barok is een kunst- en bouwstijl uit circa 1600–1750 gekenmerkt door overdadige vormen, plastische bouwlichamen en dramatische versiering.

Betekenis

De Barok is een bouwstijl die zich onderscheidt door overdadige vormen, een plastische behandeling van bouwlichamen en uitgebreide versieringen; men spreekt ook van een "zucht naar drama". De stijl legt de nadruk op het totaalgebouw en de onderlinge verhoudingen, waarbij pracht en praal centraal staan.

Toepassing

De Barok was dominant in de 17e en 18e eeuw in katholieke streken van Europa en komt voor in losse bouwtypen en stedelijke ensembles.

  • Kerkgebouwen en grote religieuze projecten, vaak als uiting van religieuze grandeur.
  • Gevelarchitectuur met gebogen, plastische versieringen op frontons en middenrisalieten.
  • Stadsontwerp en buitenruimte, waarbij wanden voor straten en pleinen worden gevormd.
  • Landschappelijke inpassing van gebouwen en tuinarchitectuur.

Aandachtspunten

  • Overdadige ornamentiek en plastische vormen bepalen het uiterlijk.
  • Zuilen worden ingezet om de horizontale partitionering van de Renaissance te doorbreken.
  • De buitenruimte wordt als onderdeel van het geheel ontworpen, met aandacht voor aanpassing aan het landschap en tuinen.
  • Regionale varianten (bijv. Russische barok, Lodewijk XIV-stijl) tonen grote diversiteit in vorm en uitwerking.
  • De Rococo vormt de opvolger of laatste fase van de Barok en benadrukt vaak lichtere, speelsere interieurs.

Kenmerken

  • Overdreven vormen en rijke versieringen.
  • Plastische behandeling van gevels en bouwmassa's.
  • Sterke aandacht voor totaalcompositie en onderlinge verhoudingen.
  • Gebruik van gebogen ornamenten op typische plaatsen zoals frontons en middenrisalieten.
  • Accentuering van pracht en praal, met dramatische effecten in vormgeving.

Varianten / stijlen

  • Russische barok: kan strak zijn (bijvoorbeeld het Winterpaleis van de Hermitage) of weelderig en byzantijns met peervormige koepels en warme kleuren; de Basilius-kathedraal in Moskou illustreert deze variatie en symboliek. Bij die kathedraal ontwierp Postnik Jakolev de bouw; de constructie begon in 1555 en de kleuren werden naar verluidt aan het eind van de 17e eeuw aangebracht. Architectonisch werden 16 heiligdommen over twee verdiepingen rond een hoofdruimte gerangschikt, wat leidde tot acht veelhoekige kapellen met peervormige koepels die door gangen verbonden zijn.
  • Lodewijk XIV-stijl: een barokvariant die pompeus, zwaar en symmetrisch is; kenmerken zijn kroonlijst, attiek, centraal geplaatst beeldhouwwerk en stucplafonds; in Nederland rond 1700 populair en vaak toegepast als weelderige middenrisaliet.
  • Vroege Rococo / Régence (late Barok, ca. 1710–1730): overgangsfase in Frankrijk tijdens het regentschap van Philippe d'Orléans (1715–1723), tussen Barok en Rococo.
  • Lodewijk XV-stijl (Rococo): speels en licht, met asymmetrische, krullerige ornamenten en golvende balustrades; interieurs tonen vaak schelpen, diamantmotieven, dierenfiguren, krullende acanthusbladeren, zonnebloemmotieven en pasteltinten.

Belangrijke voorbeelden

  • Sint-Pieter in Rome: architect Bernini.
  • San Carlo alle Quattro Fontane in Rome: architect Borromini.
  • Gulde Boot (Gouden Boot) op de Grote Markt in Brussel.
  • Basilius-kathedraal, Moskou: voorbeeld van Russische barok (architect Postnik Jakolev).

Evolutie

  • De Barok ontstond in de 16e eeuw in Italië en domineerde in de 17e–18e eeuw met name in katholieke gebieden.
  • Als opvolgers van de Barok worden onder meer de Romantiek, het Neo-Classicisme en de Georgian Style genoemd.