Beschermingsgeleider
De beschermingsgeleider is de geel-groene geleider die de veilige afvoer van foutstromen en bescherming tegen aanraakspanning mogelijk maakt.
Betekenis
Een beschermingsgeleider is een geleidende verbinding in een elektrische installatie die beschikbaar moet zijn aan gebruikstoestellen om bescherming tegen gevaarlijke aanraakspanningen te bieden. De beschermingsgeleider wordt uitgevoerd in de herkenbare geel-groene isolatiekleur. Hij is onderscheiden van andere aardingsvoorzieningen zoals de aardgeleider en de hoofdequipotentiale verbinding.
Toepassing
De beschermingsgeleider moet in de gehele installatie beschikbaar zijn aan alle gebruikstoestellen.
- Aanwezig bij stopcontacten en verlichtingstoestellen.
- Aansluiting op vaste, opgestelde toestellen.
- Uitzondering: elektrische toestellen op zeer lage veiligheidsspanning (ZLVS) hoeven geen beschermingsgeleider te hebben.
Aandachtspunten
- De isolatiekleur van de beschermingsgeleider is geel-groen.
- Voor stopcontacten is een minimumdoorsnede van 2,5 mm² voorgeschreven.
- Voor verlichting is een minimumdoorsnede van 1,5 mm² voorgeschreven.
- Een beschermingsgeleider alleen volstaat niet altijd om elektrocutiegevaar uit te schakelen; aanvullende maatregelen zoals equipotentiale verbindingen of differentieelstroominrichtingen kunnen noodzakelijk zijn.
Eisen / regelgeving
- In de installatie gelden specifieke minimumdoorsneden voor de geel-groene geleider; voorbeelden uit de gebruikelijke tabel zijn 2,5 mm² voor stopcontacten en 1,5 mm² voor verlichting.
- De beschermingsgeleider moet beschikbaar zijn bij alle gebruikstoestellen, met uitzondering van ZLVS-toestellen.