Betondekking

Afstand tussen het betonoppervlak en het dichtstbijzijnde wapeningsstaal ter bescherming tegen corrosie en voor krachtsverspreiding.

Betekenis

Betondekking is de afstand van het buitenoppervlak van een betonnen constructie tot het dichtstbijzijnde wapeningsstaal. De dekking beschermt het staal tegen chloriden, vocht en zuurstof; ontbrekende of te geringe dekking leidt tot corrosie van het staal, zwelling, scheurvorming en verlies van draagfunctie.

Toepassing

De term geldt voor alle gewapende betonconstructies.

  • Bepalen van minimale dekking tijdens ontwerp en detaillering.
  • Toepassen van afstandhouders tijdens uitvoering om de vereiste dekking te garanderen.
  • Controleren van bestaande constructies met betondekkingsmeters (wapening-detectoren).

Aandachtspunten

  • Afleiding van minimale dekking op basis van milieuklasse, sterkteklasse en gewenste duurzaamheid.
  • Nominale dekking cnom = cmin + Δcdev; voor Δcdev wordt meestal 5 mm aangehouden.
  • Aanhouden van voldoende dekking tegen chloriden om corrosie en daaropvolgende betonschade te voorkomen.
  • Te grote betondekking kan de samenwerking van wapeningsstaal en beton verminderen en daardoor de constructieve werking verslechteren.
  • Houd bij wapeningplaatsing rekening met minimale staafafstand en gebruik afstandhouders om afwijkingen te beperken.

Eisen / regelgeving

  • NEN-EN 1992-1-1 behandelt de vereisten voor betondekking; minimale waarden hangen af van veilige overdracht van aanhechtspanningen, duurzaamheid en brandwerendheid.
  • Tabellen in de norm geven betondekkingen per milieuklasse en sterkteklasse, uitgaande van een ontwerplevensduur (in de gebruikte tabel: 50 jaar) en factoren zoals water-cementfactor.
  • Voorbeeld uit de tabel: bij milieuklasse XS2 kan een nominale betondekking van 40 + 5 = 45 mm horen indien de sterkteklasse ≥ C45/55.

Materialen / uitvoeringsvormen

  • Afstandhouders op de wapening zorgen voor de vereiste dekking tijdens het storten.
  • Betondekkingsmeters (wapening-detectoren) worden gebruikt voor niet-destructieve controle van de dekking in bestaande constructies.
  • Wapeningsnetten en losse staven moeten zodanig geplaatst worden dat minimale staafafstanden worden gerespecteerd.

Afmetingen / voorbeelden

  • Een gangbare goede betondekking wordt in veel situaties rond 40–50 mm genoemd, afhankelijk van milieuklasse en betonkwaliteit.
  • De nominale betondekking wordt bepaald door de minimale benodigde dekking te verhogen met een afwijkingsreserve (Δcdev), doorgaans 5 mm.

Overige regels rond wapening

  • De minimale tussenafstand tussen twee wapeningsstaven moet volgens NEN-EN 1992 minstens gelijk zijn aan:
    • de diameter van de wapeningsstaaf, of
    • de grootste korrelafmeting van het toeslagmateriaal plus 5 mm, of
    • 20 mm, afhankelijk van welke eis het grootst is.