Betonemaille

Betonemaille is een glimmend, bobbelig pleisterwerk op cementbasis dat vroeger als goedkoper alternatief voor wandtegels werd toegepast.

Betekenis

Betonemaille is geen beton en geen emaille maar een anorganisch koudglazuurachtig pleisterwerk dat grotendeels uit cement bestaat en een glanzend, keihard en steenachtig oppervlak geeft. Het materiaal is bestand tegen zuren en logen en is afwasbaar met water en zeep.

Toepassing

Betonemaille werd voornamelijk toegepast als wandafwerking.

  • Douchecellen en doucheruimten
  • Gangen en openbare verkeersruimtes
  • Lambriseringen als goedkoper alternatief voor wandtegels
  • Restauratie- en renovatieprojecten waar het oorspronkelijke pleisterwerk behouden of hersteld wordt

Aandachtspunten

  • Zorg voor een sterke cementmortel-ondergrond; betonemaille wordt altijd op een stevige cementondergrond aangebracht.
  • Volg de voorgeschreven ondergrondopbouw en -nabehandeling: isolerende grondverflaag van witte cement en, indien gedeeltelijke afwerking, doorzetting van de cementspecie tot 10 cm in het bovengelegen muurvlak.
  • Werk bij ideale omgevingstemperatuur (ongeveer 10–15 °C) en voorkom tocht; bij te snelle droging bevochtigen met een nevelspuit.
  • Breng een voorstrijk (de zogenaamde 'killer') aan om zuigingvrijheid te verzekeren; nacontrole door besprenkeling met water (parelen van het water duidt op zuigingvrijheid).
  • Topafwerking gebeurt vaak door een schilder: één of twee lagen glanzende alkydharsverf of afdekking met waterglas of blanke cellulose-lak.

Opbouw en samenstelling

  • Betonemaille werd omschreven als anorganische koudglazuren die ongeveer 90% uit cement bestaan en voor het overige uit uiteenlopende, vaak geheime toevoegingen (onder meer aluin voor grotere dichtheid).
  • Het resultaat is een glashard, steenachtig oppervlak dat gereinigd kan worden met water en zeep.
  • Vaak werden lichte tinten gebruikt en werd het oppervlak met een kwast getamponeerd voor textuur.

Ondergrond en uitvoering

  • Ondergrond: metselwerk van harde baksteen waarop een stuclaag van cementspecie wordt aangebracht (mengverhouding stuclaag: 3 delen rivier- of maaszand op 1 deel portlandcement).
  • Dikte en afwerking: de stuclaag wordt homogeen aangebracht in één keer, laagdikte circa 10–15 mm, vlak afgereid met een houten of aluminium rei en geschuurd met een houten schuurblok; inwendige hoeken niet insnijden maar uitschuren.
  • Structuur: patroonvorming mogelijk door een plank tegen de nog natte laag te houden en direct terug te trekken; na uitharding volgt de schilderafwerking.
  • Indien gewenst werd het betonemaille afgedekt met een laag waterglas of een blanke cellulose-lak.

Materialen / uitvoeringsvormen

  • Witte cement werd als grondstof aanbevolen; in praktijk werden bepaalde merken genoemd (bij voorkeur Aalborg of Dijckerhoff).
  • Betonemaillebestanden konden als kant-en-klare pasta geleverd worden, vaak volgens eigen, geheime recepturen.

Merknamen en varianten

  • Bekende namen en merken uit historische bronnen: betonit, emalux, muroplast, Duro‑Plastic, Lambrilux, Betonlux, Fortoliet en Majorcirca.
  • Sommige fabrikanten brachten betonemaille vanaf eind jaren 1930 tot midden jaren 1960 op de markt; advertenties voor producten onder merknamen verschijnen vanaf circa 1937, met latere merkintroducties in de jaren veertig en vijftig.
  • Silexine-verf en Hasco worden in bronnen eveneens als soorten betonemaille genoemd.