Bindmiddelfactor
De bindmiddelfactor (k-waarde) geeft aan welk deel van een vulstof als bindmiddel mag worden gerekend bij betonmengsels.
Betekenis
De bindmiddelfactor (k-waarde of k-factor) geeft aan welk deel van een vulstof, in combinatie met cement, als bindmiddel mag worden beschouwd. De vulstof zelf is geen bindmiddel, maar een gedeelte ervan kan aan het bindmiddelgehalte van de specie worden toegerekend.
Toepassing
De bindmiddelfactor wordt gebruikt bij de berekening van bindmiddel- en waterverhoudingen in betonspecie.
- Toerekenen van een deel van poederkoolvliegas aan het bindmiddelgehalte
- Toerekenen van silica fume aan het bindmiddelgehalte
- Berekenen van de waterbindmiddelfactor / watercementfactor bij toevoeging van vulstoffen
Aandachtspunten
- Beperkingen: bij poederkoolvliegas mag niet meer dan 1/3 van de massahoeveelheid cement in de berekening van de waterbindmiddelfactor worden meegerekend.
- Beperkingen: bij silica fume mag niet meer dan 0,11 van de massahoeveelheid cement in de berekening van de waterbindmiddelfactor worden meegerekend.
- Minimum cementgehalte: de hoeveelheid cement plus het voor de vulstof toegerekende bindmiddelgedeelte mag nooit kleiner zijn dan het voor de betreffende milieuklasse vereiste minimum-cementgehalte.
- Effect op watergehalte: een vulstof met bindend karakter verhoogt het bindend materiaal en verlaagt daardoor het effectief gehalte aan water; dit moet bij de watercementfactor in rekening worden gebracht (bijvoorbeeld door meer water toe te voegen).
K-waarden voor veelvoorkomende vulstoffen
- Poederkoolvliegas:
- CEM I 32,5 N en 32,5 R: k = 0,2
- CEM I 42,5 R en hogere cementklassen: k = 0,4
- CEM III/A en III/B (alle cementklassen): k = 0,2
- Opmerking: bij poederkoolvliegas geldt dat maximaal 1/3 van de massahoeveelheid cement voor de waterbindmiddelfactor mag worden meegerekend.
- Silica fume:
- Bij watercementfactor ≤ 0,45: k = 2,0
- Bij watercementfactor > 0,45 en milieuklassen anders dan XC en XF: k = 2,0
- Bij watercementfactor > 0,45 en milieuklassen XC en XF: k = 1,0
- Opmerking: bij silica fume mag maximaal 0,11 van de massahoeveelheid cement in de waterbindmiddelfactor worden meegerekend.
Eisen / regelgeving
- De behandeling van type II puzzolane vulstoffen, waaronder poederkoolvliegas en silica fume, is uitgewerkt in NEN-EN 206-1. Voor andere type II-vulstoffen is een vergelijkend onderzoek nodig om een bindmiddelfunctie aan te tonen.