Blokschaaf

Een blokschaaf is een kort handgereedschap om hout glad en op maat te schaven.

Betekenis

De blokschaaf is een korte schaaf, meestal tot ca. 30 cm, in de vorm van een blok met een verstelbare beitel en een vlakke zool. Door de schuine stand van de beitel wordt de houtkrul naar boven afgevoerd; sommige modellen hebben een hoorn en een uitgesneden neus om te vermijden dat de hand over het bewerkte stuk wrijft. Men onderscheidt ruwe blokschaaf voor grover werk en zoete blokschaaf (zoetschaaf) voor fijner afwerkwerk.

Toepassing

De blokschaaf wordt gebruikt voor het glad schaven en op maat brengen van hout.

  • Glad schaven van houten oppervlakken.
  • Op maat schaven van randen en aansluitingen.
  • Ruwe blokschaaf inzetten voor grovere materiaalafname.
  • Zoete blokschaaf inzetten voor fijne afwerking.
  • Lange uitvoering (reischaaf) gebruiken wanneer een langere schaaf gewenst is.

Aandachtspunten

  • Controleren of de beitel correct verstel- en vastzetbaar is.
  • Rekening houden met de korte lengte (tot ca. 30 cm) bij bereik en precisie.
  • Kiezen tussen ruwe of zoete uitvoering afhankelijk van gewenst afwerkingsniveau.
  • Letten op neusuitsparing bij modellen om wrijving met de hand te vermijden.
  • Houder/ontwerp kan een hoorn bevatten; dat beïnvloedt de houvast en functie.

Uitvoering / onderdelen

  • Blokvormig lichaam: korte, compacte uitvoering.
  • Verstelbare beitel: zorgt voor reguleerbare schaafdiepte.
  • Vlakke zool: geleidt de schaaf over het houtoppervlak.
  • Schuine beitelstand: voert de houtkrul omhoog af.
  • Neusuitsparing: voorkomt dat de hand het bewerkte oppervlak raakt.
  • Hoorn (soms aanwezig): extra houvast of functie afhankelijk van model.

Verschil met reischaaf

Een langere blokschaaf wordt reischaaf genoemd; deze heeft een grotere lengte dan de standaard korte blokschaaf en is bedoeld voor andere bereik- en geleidingsbehoeften.

Herkomst van de term

Het woord schaven is etymologisch ontleend aan het Protogermaanse skaban (krabben, wrijven).