Bodemafsluiter

Een bodemafsluiter sluit de bodem onder een gebouw af om vochttransport vanuit de ondergrond naar binnen te voorkomen.

Betekenis

Een bodemafsluiter is het materiaal of de constructie waarmee de bodem onder een gebouw wordt afgesloten van de eronder liggende grond. De voornaamste functie is het blokkeren van vochttransport via de bodem naar het gebouw; daarnaast werkt een bodemafsluiter vaak enigszins warmte-isolerend doordat de lucht boven de afsluiter minder koud en minder vochtig is.

Toepassing

Bodemafsluiters worden toegepast als vloer of bed op de bodem van kruipruimtes en onder begane grondvloeren.

  • Blokkeren van vochttransport vanuit de ondergrond naar het gebouw.
  • Creëren van een vloer of dragende ondergrond in kruipruimtes.
  • Bieden van een werk- of looplaag tijdens bouwwerkzaamheden onder funderingsbalken.
  • Verbeteren van de thermische eigenschappen van de bodemlaag wanneer materiaal met isolerende waarde wordt gebruikt.

Aandachtspunten

  • Dikte: vaak een vloer van circa 50 mm ongewapend beton, maar ook dunnere bedden van schelpen of polystyreen komen voor.
  • Uitvoering: traditionele bodemafsluiters waren stampbeton; tegenwoordig wordt vaak vloeibeton of schuimbeton gestort, vaak op bouwfolie en via een betonpomp.
  • Materiaalkeuze: voor bestaande bouw kan een licht schuimbeton met een volumieke massa van 500 kg/m3 worden gekozen voor extra thermische waarde; in nieuwbouw wordt vaak schuimbeton met ongeveer 1100 kg/m3 toegepast.
  • Zand kan theoretisch als bodemafsluiter dienen, maar vraagt waterremmende maatregelen (bijv. waterglasinjecties) om doeltreffend te zijn.
  • Combinaties tussen bodemafsluiter en werkvloer onder funderingsbalken zijn courant; de bodemafsluiter kan tevens als stevige ondergrond bij werkzaamheden dienen.

Materialen / uitvoeringsvormen

Bodemafsluiters bestaan uit zowel porous als waterremmende lagen; gangbare materialen en vormgevingen zijn:

  • Stampbeton.
  • Gietbeton of vloeibeton.
  • Schuimbeton (ook thermisch isolerend).
  • Bimsbeton en bims (thermisch isolerend).
  • Geëxpandeerde korrels (Argex of perliet; thermisch isolerend).
  • Polystyreen-chips (goed thermisch isolerend).
  • Schelpen.
  • Zand (theoretisch: vergt waterremmende versteviging).
  • PE-folie (echt waterdicht).
  • Noppenfolie (echt waterdicht en enigszins thermisch isolerend).
  • Bodemfolie, waaronder de oranje folie van Tonzon of Mioteen KR4 van Energiek Isolatie (echt waterdicht).

Uitvoering

  • Storten van vloeibeton of schuimbeton op bouwfolie, vaak met betonpomp, is een veelgebruikte methode.
  • Keuze van volumieke massa bij schuimbeton hangt af van of aanvullende begane grondisolatie aanwezig is (bij bestaande bouw vaak lichtere samenstelling; bij nieuwbouw vaak zwaardere samenstelling).
  • Afwerking en materiaalkeuze worden afgestemd op de gewenste waterdichtheid en thermische eigenschappen van de vloerlaag.

Terminologie / gelijksoortige termen

  • De zo ontstane vloer op de bodem wordt eveneens bodemafsluiter genoemd.
  • Engelse termen: dampproofing on soil; dampproof slab; oversite concrete; surface concrete.