Dekvloer
Een dekvloer is een op de constructieve draagvloer aangebrachte egalisatie- of tussenvloer die toplagen en installaties draagt.
Betekenis
Een dekvloer is een laag die op de draagvloer wordt aangebracht om oneffenheden op te heffen en een harde, gladde en strakke ondergrond te vormen. Ze fungeert als drager voor toplagen en kan tevens dienen voor het bergen van leidingen, als drager voor vloerverwarming en (indien zwevend uitgevoerd) voor geluidsisolatie.
Toepassing
De dekvloer wordt toegepast waar een vlakke, constructieve ondergrond nodig is.
- Egalisatie van oneffen draagvloeren en koppeling tussen ruimten op dezelfde verdieping
- Drager voor vloerverwarming en andere inbouwleidingen
- Geluidsisolatie bij zwevende uitvoeringen (enkel als isolatielaag tussen constructievloer en dekvloer)
- Tussenvloer voor toplagen zoals pvc, laminaat, parket en tegels
- In enkele gevallen als eindvloer (bijvoorbeeld glad afgewerkte betonnen dekvloer, grindvloer of houten vloerdelen)
Aandachtspunten
- Vrij zijn van scheuren; dilataties in de constructie moeten in de dekvloer worden doorgezet.
- Oppervlak mag niet afzanden maar moet wel vochtabsorberend zijn.
- Dikte voldoende om leidingen te bergen; gewoonlijk minimaal 25 mm boven het hoogste punt van vloerverwarming.
- Zwevende dekvloeren bieden goede geluid- en warmte-isolatie, maar mogen niet gecombineerd worden met vloerverwarming tenzij de verwarming onderdeel is van de zwevende constructie.
- Bij gietvloeren moet de constructievloer vloeidicht (vochtwerend) zijn.
Materialen / uitvoeringsvormen
- Gietvloer (cementgebonden): gegoten, zelfnivellerend en naadloos; snel aan te brengen.
- Gietvloer (anhydriet, calciumsulfaatgebonden): fijn en compact materiaal, zeer geschikt voor vloerverwarming, weinig scheurvorming, zonder stortnaden en dilatatievoegen.
- Gietvloer (kunststof/epoxy of design troffelvloer): mengsel van fijngemalen steentjes en kunsthars, industrieel uiterlijk.
- Zandcementvloer: mortel van zand, cement en water; arbeidsintensief en vaak mechanische hulpmiddelen nodig.
- Zwevende dekvloer: isolatielaag en randisolatie maken de vloer zwevend; bestaat als droge plaatconstructie (geen droogtijd, demonteerbaar) of als natte toepassing (zwevend cement- of anhydrietdekvloer).
- Terrazzo: geschuurde laag van aan elkaar gekitte korrels (marmer, graniet, zandsteen of kwarts) in klei of cement; na drogen gepolijst en waterdicht.
- Monolithisch afgewerkte betonvloer: betonnen vloer die snel na storten wordt gevlinderd voor een glad oppervlak.
- Strooilaagvloer en pantserdekvloer: cementgebonden dekvloeren in twee lagen; bij strooilaag wordt de toplaag ingestrooid met ongeveer 4–5 kg Korodur per m², bij pantserdekvloer bestaat de toplaag van circa 10 mm vrijwel geheel uit Korodur (15–18 kg per m²) voor zeer hoge mechanische belastingen.
- Grindvloer: fijn siergrind in een epoxylaag; voelt warm aan.
- Verhoogde vloer / computervloer: paneelsysteem op vijzels met ruimte voor leidingen en bedrading, ook met warmte-isolatie verkrijgbaar.
- Magnesietvloer: bestaat grotendeels uit houtachtige vezels met magnesiumchlorideoplossing; goed voor afschot, niet geschikt voor vochtige ruimtes.
- Hechtende dekvloer: rechtstreeks op de ondergrond, vaak met aanbrandlaag of voorstrijkmiddel.
- Hout: vloerdelen, spaanplaat of OSB als dekvloerlaag.
- Asfaltdekvloer: bitumineus bindmiddel.
Soorten (samenvatting kenmerken)
- Gietvloeren: vloeibaar aan te brengen, zelfnivellerend en vaak naadloos; bij anhydriet geschikt voor vloerverwarming.
- Zandcement en strooilaag/pantserdekvloer: robuust en geschikt voor zware belasting, maar arbeidsintensief.
- Droge zwevende systemen: snelle plaatsing zonder droogtijd, demonteerbaar en dunner dan natte systemen.
- Terrazzo en monolithisch beton: afwerkende, waterdichte en slijtvaste oppervlakken geschikt als eindvloer.