Donk
Een donk is een voormalige rivierduin of pleistocene zandrug die uitsteekt boven de omliggende laagte.
Betekenis
Een donk is een pleistocene zandrug of voormalige rivierduin die boven de omgeving uitsteekt, vaak met moerassige of veenachtige laagten rondom. Donken zijn gevormd door verstoven zand uit drooggevallen rivierbeddingen tijdens droge perioden (bijvoorbeeld het Weichselien); het huidige hoogteverschil wordt daarnaast vergroot door het inklinken en de vertering van omringend klei- en veenpakket als gevolg van ontwatering. Door de vaste zandige ondergrond en hoge ligging waren donken geschikte locaties voor vroege bewoning.
Toepassing
Donken komen voor als herkenbare landschapselementen en hebben historische en praktische toepassingen:
- Vestigingsplaats voor kerk, begraafplaats, boerderij of dorp.
- Bron van zand door afgraving om omliggende klei- of veenlanden minder drassig te maken.
- Landschapselement dat reliëf geeft in verder vlakke gebieden.
Aandachtspunten
- Ligging: donken zijn vaak droog, terwijl de directe omgeving periodiek nat of moerassig kan zijn.
- Hoogteverschil: omvat zowel de oorspronkelijke ophoging door zandafzetting als later inklinken van omliggend veen en klei.
- Afgraving: veel donken zijn in de loop der tijd afgegraven; het zand werd gebruikt om omliggende gronden te verbeteren.
- Ondergrond: veel kleinere rivierduinen bleven te laag om als donk te gelden; hun zand bevindt zich in de ondergrond.
Etymologie
De herkomst van het woord donk is niet geheel duidelijk; mogelijke verwantschap bestaat met Oudhoogduitse tung en tunga, Oudfriese dung (bemesten), Proto-Germaanse dunga (mesthoop) en Oudnoorse dyngja (vrouwenvertrek onder de aarde, (mest)hoop). Het is onzeker of al deze vormen uit dezelfde stam voortkomen.
Vergelijking met andere landschapselementen
- Stroomrug: een donk is te vergelijken met een stroomrug; beide zijn verhogingen ontstaan door riviergebonden afzettingen.
- Terpen: net als terpen zijn veel donken in de loop der tijd afgegraven voor zandwinning, maar terpen zijn antropogene ophogingen terwijl donken natuurlijke zandruggen zijn.
Voorbeelden
- De donk van Hillegersberg: volgens een legende ontstond deze heuvel doordat de reuzin Hillegonda zand uit haar schort verloor.
- Schoonenburgsche heuvel: een voorbeeld van een donk die circa 5 meter boven de omgeving uitsteekt (bij Schoonenburgweg, Nieuw-Lekkerland).