Dook

Een dook is een taps toelopende pen van roestwerend materiaal om steenachtige delen onderling of met de ondergrond te verbinden.

Betekenis

Een dook is een taps toelopende pen, meestal van roestwerend metaal, die (natuur)stenen delen onderling of met de ondergrond verbindt. De dook fungeert als mechanische verbinding vergelijkbaar met de deuvel in houtachtige materialen en wordt vastgezet in een geboorde holte (dookgat).

Toepassing

De dook komt voor bij bevestiging en verankering van steenachtige elementen.

  • Verbinden van natuursteen aan natuursteen of aan metselwerk.
  • Vastzetten van natuursteen aan onderliggende constructies of houten stijlen.
  • Bevestigen van kalkzandsteenblokken om plaatsing en positionering te vergemakkelijken.
  • Fixeren van gevelplaten en neuten; speciale uitvoeringen met spitse punt en weerhaken worden gebruikt om stenen neuten aan houten of gemetselde stijlen te koppelen.

Aandachtspunten

  • Rekening houden met uitzetting en krimp van (natuur)steen door temperatuurwisselingen; bij verticale verankeringen worden aan de onderzijde starre ankers toegepast en aan de bovenzijde afstandhouders die verticaal vervormbaar zijn; bij horizontale verankeringen worden draagankers gebruikt.
  • Zorgen voor voldoende dikte van de steen in relatie tot de ankerdikte.
  • Toepassen van voldoende tussenafstand tussen platen steen voor uitzetting/krimp en ankerbevestiging.
  • Afstemmen van massa van het steenpaneel op de robuustheid van de ankers en de stevigheid van de ondergrond.
  • Gebruik van roestvaste ankers om corrosie en daarmee samenhangende problemen te beperken.
  • Controleren van starheid en stevigheid van de steen om mechanische belastingen (bijv. stoten) te weerstaan.
  • Hou rekening met mogelijke beschadiging van steen bij het dookpunt; uitbraak aan de achterzijde van een gevelplaat is gevaarlijker dan beschadiging aan de voorzijde.

Materialen / uitvoeringsvormen

  • Veel gebruikte materialen: ijzer, brons, messing, roestvast staal (rvs) en soms kunststof.
  • Historisch werden doken vaak van smeedijzer gemaakt; bij het ingieten met lood werden doken via een kleikom aangegoten.
  • Speciale uitvoering: dook met aan één zijde een spitse punt en met weerhaken voor het verbinden van neuten aan houten stijlen of metselwerk.

Bevestiging en aangieten

  • Het dookgat is gewoonlijk naar onder ruimer wordend, waardoor de dook na het aangieten opgesloten zit.
  • Traditionele methode: ingieten met gietlood via een kleikom; voordelen waren bescherming tegen corrosie en compensatie van uitzetting van ijzeren doken om scheuren in het steen te voorkomen.
  • Alternatieve bevestigingsmiddelen: cement- of lijmankers; het instampen van portlandcement in de verhouding 1 op 2,5 of 1 op 3 met fijn zand tot aardvochtige toestand aangemaakt, geeft volgens praktijkbeschrijvingen goede resultaten.
  • Moderne middelen: polymeerkit of epoxymortel worden tegenwoordig vaak toegepast; omdat gevelplaten echter soms losraken, wordt terugkeer naar doken of een andere correcte, permanente bevestiging aangeraden.

Naam en buitenlandse benamingen

  • De term dook is afgeleid van het woord "wegduiken", in de zin van onzichtbaar opgenomen worden in het metselwerk.
  • Engelse aanduiding: spud; Franse aanduiding: crampo.