Druklaag

Een druklaag is een in het werk gestorte, gewapende betonnen afwerklaag op een betonnen constructievloer.

Betekenis

Een druklaag is een op de bestaande (meestal systeem-)constructievloer gestorte, doorgaans gewapende betonnen afwerklaag die de losse vloerelementen monolitisch met elkaar verbindt. Daardoor ontstaat een meer samenhangende plaat die lasten spreidt, de stijfheid en draagkracht vergroot en schijfwerking mogelijk maakt.

Toepassing

De druklaag wordt toegepast op vloerelementen zoals balken, kanaalplaten, broodjes, breedplaten, ribcassette- en TT-plaatvloeren.

  • Spreiden van punt- en lijnbelastingen over de vloerplaat.
  • Vergroten van de druksterkte en het draagvermogen van vloerelementen.
  • Verhogen van de stijfheid zodat doorbuiging afneemt en de vloer zich als één plaat gedraagt.
  • Realiseren van schijfwerking door koppeling van vloerelementen en verankering in dwarswanden en kernen.
  • Dienen als afwerkvloer en vullen van naden tussen vloerelementen.
  • Verminderen van rechtlijnige scheuren en beschermen van harde vloerafwerkingen.
  • Verhogen van dwarskrachtcapaciteit, opnemen van steunpuntmomenten en verbeteren van geluidsisolatie.

Aandachtspunten

  • Bevochtigen van vloerelementen vóór het opstorten om te snelle drooging van de specie te vermijden en hechting te verbeteren.
  • Zorg voor een schone, vetvrije ondergrond zonder plassen water; overtollig water kan ontmenging en slechte hechting veroorzaken.
  • Druklagen dienen idealiter in één fase te worden opgestort.
  • De keuze van wapeningsnet en betonkwaliteit moet afgestemd zijn op de constructeur of leverancier van de vloerelementen.

Eisen / regelgeving

  • Aanbevolen minimumdikte is vaak minimaal 40 mm op het hoogste punt; bij grotere belastingen en voor schijfwerking wordt minimaal 50 mm geadviseerd; bij balken en vulelementen kan men tot circa 60 mm aanhouden.
  • Wapeningsnet: gebruikelijk Ø5 met maaswijdte 150 mm (Ø5-150 mm); voor beter scheurgedrag kan een kleinere diameter en/of kleinere maaswijdte (bijv. 100 mm) worden gekozen.
  • Voor druklagen bij kanaalplaatvloeren geldt: druklagen dikker dan 50 mm moeten zijn gewapend met een kruisnet bestaande uit staven van minimaal Ø5 en een hart-op-hart-afstand van maximaal 150 mm; staalkwaliteit FeB 500 wordt genoemd.
  • De betonsterkteklasse van de druklaag minimaal C25/30.

Koppelwapening bij breedplaatvloer

  • Bij breedplaatvloeren wordt vaak volstaan met koppelwapening; koppelwapening ter plaatse van opleggingen mag in de langsrichting niet meer reiken dan de halve plaatdikte (in voegen of sleufsparingen).
  • Voor brandwerendheid: bij 30, 60 en 90 minuten is koppelwapening niet nodig wanneer er een gewapende druklaag aanwezig is van minimaal 50 mm dikte met een kruisnet van minimaal Ø5-200 mm.
  • Voor 120 minuten brandwerendheid zijn zowel een gewapende druklaag als koppelwapening vereist; bij kanaalplaten is hiervoor per plaat twee staven Ø10 mm met een minimale verankeringslengte van 600 mm genoemd.

Problemen en mogelijke oplossingen

  • Te droge constructievloer: specie droogt te snel, sterkte en hechting verminderen: oplossing: bevochtigen van vloerelementen voor het aanbrengen.
  • Slechte hechting tussen vloerelementen en druklaag door vervuiling, vet of plassen water: oplossing: vloer schoon, droog en vrij van overtollig water houden; voorkomen van ontmenging bij naden en lekkages.