Energieprestatiecoëfficiënt

De energieprestatiecoëfficiënt (EPC) was een dimensieloos getal dat de theoretische energie-efficiëntie van een gebouw aangaf.

Betekenis

De energieprestatiecoëfficiënt (EPC) was een theoretisch berekende indicator van het energieverbruik van een gebouw op basis van een genormeerde methode. De berekening hield rekening met de energiebron en het energieverbruik voor verwarming, ventilatie, koeling, bevochtiging, ventilatoren, pompen, warm tapwater en verlichting bij een bepaald gebruikersgedrag; een lagere EPC betekende een energiezuiniger ontwerp.

Toepassing

De EPC diende als maatstaf in de energieprestatienormering voor gebouwen en werd gebruikt bij het stellen van vereiste prestaties per gebruiksfunctie.

  • Vaststellen van energieprestatie-eisen voor nieuwbouw en bestaande bouw.
  • Toepassen van gebruiksfunctiegebonden minimumeisen (zie onderstaande waarden).
  • Vergelijken van bouwkundige en installatietechnische maatregelen op energie-efficiëntie.

Belangrijke referentiewaarden voor de EPC (geldend vanaf 1-1-2015 tot 1-1-2021, waarna BENG-eisen van kracht werden voor nieuwbouw):

  • Wonen algemeen: 0,4 (voorheen 0,6)
  • Woonwagen: 1,3 (ongewijzigd)
  • Bijeenkomst: 1,1 (voorheen 2,0)
  • Celfunctie (in cellengebouw): 1,0 (voorheen 1,8)
  • Celfunctie (andere): 1,0 (voorheen 1,8)
  • Gezondheidszorg met bedgebied: 1,8 (voorheen 2,6)
  • Gezondheidszorg overig: 0,8 (voorheen 1,0)
  • Kantoorfunctie: 0,8 (voorheen 1,1)
  • Logies in een logiesgebouw: 1,0 (voorheen 1,8)
  • Logies overig: 1,4 (ongewijzigd)
  • Onderwijsfunctie: 0,7 (voorheen 1,3)
  • Sportfunctie: 0,9 (voorheen 1,8)
  • Winkelfunctie: 1,7 (voorheen 2,6)
  • Industriefunctie, overige gebruiksfuncties en bouwwerken geen gebouw zijnde: niet benoemd

Aandachtspunten

  • Berekening was theoretisch: de EPC weerspiegelde een genormeerde gebruikssituatie en geen gemeten verbruik.
  • Isolatie van de thermische schil beïnvloedde de EPC sterk; Rc-waarden, U-waarden, Psi-waarden en luchtdichtheid (qv,10) werden in de berekening gebruikt.
  • Praktijkeffect: minder goede isolatie kon worden gecompenseerd door toevoeging van veel zonnepanelen, wat als nadeel van het systeem werd ervaren.
  • Europese regelgeving (EPG / EPBD) beïnvloedde de energieprestatienormering.
  • Vanaf 1 januari 2021 gelden voor nieuwbouw de BENG-eisen; BENG drukt energieprestatie-indicatoren uit in kWh/m2 per jaar en als percentage aandeel hernieuwbare energie.

Eisen / regelgeving

  • De EPC maakte deel uit van de energieprestatienormering (EPN) en werd gebruikt in nationale implementaties van Europese eisen.
  • NTA 8800:2024 geeft termen, definities en de methode voor bepaling van de getalswaarde van de energieprestatie en daaruit afgeleide indicatoren; doorgaans worden die indicatoren uitgedrukt in kWh/m2 per jaar, met uitzondering van het aandeel hernieuwbare energie in procenten.
  • Voor nieuwbouw is sinds 1-1-2021 de BENG-regelgeving van toepassing, waarmee de EPC als primaire eis verviel.

Bepaling / berekening

Bij de bepaling van de EPC kwamen zowel bouwkundige als installatietechnische factoren aan bod:

  • Bouwkundige elementen: dichte delen (Rc-waarde), transparante delen (U-waarde), lijnvormige aansluitingen (Psi-waarde) en luchtdichtheid (qv,10).
  • Installatietechnische verbruiken en bronnen: verwarming, ventilatie, koeling, bevochtiging, ventilatoren, pompen, warm tapwater en verlichting; ook de aard van de energiebron werd meegenomen.

Maatregelen om de EPC te verlagen

Installatietechnische maatregelen genoemd in de reeksen van oplossingen:

  • cv-ketel HR107
  • combi HRww (combi-cv-ketel met hoog rendement warmwatervoorziening)
  • warmtepomp (in plaats van conventionele cv)
  • lage temperatuur verwarming (LTV)
  • warmteterugwininstallatie (WTW lucht, douchewater-WTW)
  • gebalanceerde ventilatie en ventilatie met CO2-sensoren
  • zonnepanelen (pv-paneel) en zonneboiler
  • warmtekrachtkoppeling (WKK)
  • warmte-koude-opslag (WKO)

Bouwtechnische maatregelen ter beperking van energieverlies betroffen vooral verbetering van isolatie en luchtdichtheid van de gebouwschil.