Gebint
Een gebint is een dragende houtconstructie bestaande uit een samenstel van balken die de hoofddelen van een gebouw of kap verbinden.
Betekenis
Een gebint is een samenstel van balken (binten, gordingen of spanten) dat als dragende houtconstructie de hoofddelen van een gebouw of getimmerte met elkaar verbindt. Het vormt als het ware een "plakje" van de kapconstructie en is vooral bij dwarsgebinten goed zichtbaar, vaak als portaal. Een normaal gebint heeft rechtopstaande stijlen; bij een jukkenkap zijn de stijlen schuin geplaatst.
Toepassing
Gebinten komen voor in houten kapconstructies en bijhet verbinden van dragende delen.
- Traditionele kapconstructies gebruiken vaak meerdere dwarsgebinten of twee langsgebinten.
- In Nederland komt men traditioneel veel dwarsgebinten tegen; in Duitsland vaker langsgebinten.
- In hedendaagse villa's gebruiken architecten gebinten om duurzaamheid en ruime, open interieurs te combineren.
- Hout wordt gekozen vanwege duurzaamheid en goede draagkracht, met name massief hout.
Aandachtspunten
- Herkennen of het om een dwars- of langsgebint gaat bepaalt de oriëntatie ten opzichte van de lengte van het gebouw.
- Controleer de plaatsing van de gebintbalk: hoog geplaatst bij dekbalkgebinten, lager geplaatst bij ankerbalkgebinten.
- Let op het type stijlen: rechtopstaande stijlen bij normale gebinten, schuine stijlen bij jukkenkappen.
- Bij koppelingen tussen gebinten speelt het gebruik van schoren en korbeels een rol in de versteviging.
Hoofdtypen
- Dwarsgebint
- Bestaat uit twee stijlen met bijna bovenaan een gebintbalk tussen de stijlen, en schoren die stijlen en horizontale balken verbinden.
- Versterking van hoeken gebeurt door korbeels en schoren.
- Loopt haaks op de lengterichting van het gebouw, van de ene lange zijde naar de andere.
- Een kapconstructie met dwarsgebinten bevat meestal drie of meer dwarsgebinten die gekoppeld worden door twee langsbalken; de langsbalken lopen in de lengterichting van de ruimte.
- Langsgebint
- Bestaat uit meer dan twee stijlen, meestal met schoren aan de bovenzijde en een langsbalk bovenaan.
- Een kapconstructie met langsgebinten bevat doorgaans twee langsgebinten met koppelingen (koppelbalken) tussen de langsbalken, meestal dwars op de langsbalken en boven de stijlen.
- Koppelbalken worden meestal door korbeels geschoord naar de stijlen van het langsgebint.
- Soms voorkomt een langsbalk onderaan voor extra stevigheid.
Locatie en type verbinding van de dwarsbalk
- Dekbalkgebint
- Dekbalken liggen op de gebintstijlen en bedekken de stijlen.
- Stijlen zijn vaak aan de bovenkant van pennen voorzien waarop met corresponderende gaten een overstekende dekbalk wordt gelegd (pen-en-gat-verbinding).
- De gebintbalk is hoog geplaatst.
- Ankerbalkgebint
- De horizontale balk steekt door de verticale stijl heen en de verbinding wordt onderhouden met houten pennen, wiggen of toognagels.
- Extra verankering gebeurt aan de achterkant van de stijlen door het aanbrengen van houten wiggen.
- De gebintbalk is lager geplaatst.
- Tussenbalkgebint
- De tussenbalk bevindt zich tussen de stijlen en steekt niet door de stijlen heen.