Gietvloer
Een gietvloer is een dekvloer die vloeibaar over de draagvloer wordt aangebracht en uithardt tot een naadloze afwerklaag.
Betekenis
Een gietvloer is een (dek)vloer die over de draagvloer wordt gegoten en na uitharding een naadloze afwerklaag vormt. Als zwevende dekvloer vermindert ze de overdracht van contactgeluid tussen gestapelde woningen en maakt zo de toepassing van tegels en parket mogelijk.
Toepassing
Gietvloeren worden toegepast waar een naadloze, vlakke en vaak waterdichte afwerking gewenst is.
- In gestapelde bouw als zwevende dekvloer onder tegel- of parketafwerkingen.
- Als industriële of esthetische afwerking (betonlook, hoogglans).
- In ruimtes met specifieke hygiëne- of watereisen, zoals ziekenhuizen, tandartsen, openbare gebouwen en badkamers.
- In combinatie met vloerverwarming.
Materialen / uitvoeringsvormen
Gietvloeren bestaan in verschillende materialen, afgestemd op gebruik en ondergrond.
- Beton-gietvloer: geeft een robuuste, industriële uitstraling.
- Anhydriet gietdekvloer (anhydrietvloer): opgebouwd uit calciumsulfaat (CaSO4); is vlak, vertoont geen stortnaden en krimpt nauwelijks.
- Grindvloer: toeslagmateriaal in vloeibare uitvoering.
- Kunststof gietvloeren: coatings van epoxy of polyurethaan; vaak toegepast als waterdichte afwerking.
- Troffelvloeren (design): mengsels van fijngemalen steentjes en kunsthars; geven een industrieel en waterdicht oppervlak.
Epoxyvloeren zijn zeer harde, hoogglanzende afwerkingen maar kunnen gevoelig zijn voor scheurvorming wanneer de ondergrond uitzet of krimpt. Polyurethaanvloeren zijn elastischer en kunnen bestaande kleine scheuren beter overbruggen.
Werking / principe
Een anhydrietvloer bestaat uit watervrij gips (calciumsulfaat) dat door reactie met water verhardt en het toeslagmateriaal aan elkaar kit, waardoor een vlakke, niet-gescheiden dekvloer ontstaat. Kunststofvloeren worden als vloeibare coatings aangebracht en uitharden tot een continue film.
Aandachtspunten
- Ondergrond: de draagvloer moet hard en stabiel zijn (bij voorkeur beton); zachte of holle zones, PUR of andere zwakke materialen onder de afwerklaag verhogen het risico op breuk en ponsen, zeker bij leidingen of vloerverwarming.
- Dikte en sterkte: de eindlaag moet voldoende dikte en sterkte hebben om ponsen door puntlasten te vermijden; bij epoxyvloeren geldt een maximale belasting van 7 N/mm2.
- Vocht en dilataties: de ondervloer moet voldoende droog zijn voor het aanbrengen van een afsluitende dekvloer om blazen te vermijden; vaak ontstaan scheuren in de onderliggende vloer, daarom zijn voldoende dilataties en aandacht voor overgangsvoegen nodig.
- Onderhoud en gebruik: harde gietvloeren krijgen na verloop van tijd krassen; ze kunnen verkleuren door zonlicht en tonen stof en haren duidelijk; kunststofvloeren kunnen chemisch reageren met bepaalde materialen (tassen, stoelstoppen, rubbermatten). De gladde afwerking verhoogt het risico op uitglijden en harde vloeren maken valpartijen pijnlijker.
Andere benamingen
- Engels: self-levelling screed, levelling screed (Am.), self-smoothing screed