Glas (verre verleden)
Overzicht van de ontwikkeling van glas en glasproductie van circa 5000 v.Chr. tot circa 400 n.Chr.
Betekenis
Glas is een amorfe, glasachtige stof die al vroeg in de natuur voorkwam en ook op de maan werd aangetroffen. Door verhitting van silicahoudige materialen ontstonden zowel natuurlijke vormen (zoals obsidiaan) als door mensen gemaakte objecten, variërend van sierparels tot holle voorwerpen en vlakke ruiten.
Toepassing
Glas werd in het verre verleden toegepast voor uiteenlopende (gebruik)svoorwerpen.
- Sieraden: glasparels in het Nabije Oosten vanaf circa 5000 v.Chr.
- Holle voorwerpen: vazen en kruikjes gemaakt door een glasachtige massa rond een mal te gieten en na uitharden te polijsten en te versieren.
- Ruiten: kleine vlakke glasplaatjes voor raamopeningen, vanaf kort voor onze jaartelling.
- Glas-in-lood: gebruik van vlak glas, bij voorkeur geproduceerd uit het cilinderproces.
Aandachtspunten
- Natuurlijke vormen van glas bestaan (bijv. obsidiaan), maar zijn lichtdoorlatend en niet transparant.
- Vroege handmatige producten waren vaak broos en rijk van kleur maar weinig doorschijnend.
- De uitvinding van de holle blaaspijp maakte grootschaliger vervaardiging van holglas mogelijk.
- Grote vlakke ruiten waren zeldzaam; uitzonderlijke vondsten (bv. Pompeï) tonen ruiten van circa 540 × 720 mm.
Historische ontwikkeling
- Circa 5000 v.Chr.: oudste bekende menselijke glasvoorwerpen (glasparels) in het Nabije Oosten; parels waren mogelijk natuurlijk gevormd of het resultaat van verhitting van kwartskorreltjes in zand.
- Tot ongeveer 1500 jaar bleef het gieten van glasachtige massa rond kleiformen dominant voor holle voorwerpen.
- Rond het begin van de jaartelling ontstond vlakglasproductie: kleine plaatjes glas die licht doorlieten maar weinig transparant waren.
- In Syrië werd het blazen van glas met een holle blaaspijp ontwikkeld; via het Romeinse Keizerrijk verspreidde deze techniek zich naar Europa.
- In regio's met kouder klimaat nam de vraag naar vlakke glasplaten voor ramen toe.
Productieprocessen (oude technieken)
- Gieten rond mallen: vloeibare glasachtige massa rond vormen van kiezelhoudende klei gieten; na verharding mal verwijderen en oppervlak polijsten en versieren.
- Blazen met holle blaaspijp: uitvinding in Syrië waarmee glasblazers grotere hoeveelheden holglas konden vervaardigen.
- Uitgieten op stenen tafel: productie van kleine vlakke glasplaatjes door gesmolten glasmassa op een stenen tafel te gieten.
- Middeleeuwse processen (later voortgezet):
- Mofproces/cilinderproces: gesmolten glas in de vorm van een cilinder blazen, cilinder in de lengte doorsnijden, opnieuw verwarmen en vlak maken.
- Spinproces/kroonproces: plastisch glas overbrengen op een snel ronddraaiende as, resulterend in een cirkelvorm met een kenmerkend ossenoog in het midden.
Bekende vondsten en aanwijzingen
- Apollo-14 maansteenmonster bevat glas, wat het natuurlijke voorkomen van glas buiten de aarde illustreert.
- Opgravingen in El Amarna toonden overblijfselen van een glasblazerij; vermoedelijk werkten daar arbeiders uit Mesopotamië.
- Rotsgraven te Beni Hassan (circa 2000 v.Chr.) bevatten afbeeldingen van arbeiders met lange blaaspijpen; onderzoekers stellen dat deze mogelijk smeden zijn die vuur aanbliezen, niet noodzakelijk glasblazers.
- In Pompeï (bedolven in jaar 79) werd een bronzen raam gevonden met een glazen ruit van ongeveer 540 × 720 mm, uitzonderlijk groot voor die tijd.