Glas: alles over glas (handmatige productie tot 1900)
Handmatige productie van vlakglas tot circa 1900 omvatte verschillende blaastechnieken voor vensterglas zonder slijpen of polijsten.
Betekenis
De handmatige productie van vlakglas verzamelt de traditionele technieken waarmee vlakke glasschijven werden gevormd door blazen, draaien en uitslingeren van gesmolten glas. Het resulterende vensterglas werd doorgaans niet geslepen of gepolijst en kent verschillende soorten zoals schijvenglas, maanglas (kroonglas) en cilinderglas.
Toepassing
De handmatige productiewijzen leverden glas voor gebouwen en ruiten.
- Als vensterglas in ramen en kleine ruitjes.
- Als butzenglas (bull's eye) waarbij de centrale verdikking in het ruitontwerp werd opgenomen.
- Als vlakglas na het splijten en vlakken van geblazen cilinders.
Aandachtspunten
- Schijvenglas had een duidelijke centrale verdikking doordat het aan een roterende stang bleef kleven.
- De centrale verdikking van maanglas heet ossenoog of pontilmerk.
- Maanglas leverde een glad en strak oppervlak en was daardoor direct bruikbaar.
- Cilinderblaasmethoden vergden zwaar werk: de blaaspijp woog circa 22 kg en een totale massa van ongeveer 47 kg moest worden gemanoeuvreerd.
- Afmetingen varieerden sterk: maanglas tot ongeveer 125 cm diameter; cilinders tot circa 2 m lengte en 30–45 cm diameter.
Productievormen
Schijvenglas
- Werking: een stang wordt in de hete, stroperige glasmassa gestoken zodat een klomp glas blijft kleven; door snelle rotatie om de lengteas slingert de massa uit tot een meer of minder vlakke schijf.
- Kenmerken: variabele diameter en een duidelijke verdikking in het midden waar de stang aanhechtte; kleinere ruitjes werden uit de schijf gesneden of toegepast met de verdikking centraal (Butzenglas).
Maanglas of kroonglas
- Werking: met een blaaspijp wordt een klomp glas geblazen en geroteerd tot een bol; na meerdere opwarmings- en bewerkingsronden wordt de bol afgeplat, aan de platte zijde bevestigd op een pontil-ijzer en de blaaspijp aan de bolle zijde afgesneden; met draaien en een houten spatel ontstaat een kelkvorm die verder uitgeslingerd wordt tot een vlakke schijf.
- Kenmerken: veel minder centrale verdikking dan schijvenglas; het centrale merkteken heet ossenoog of pontilmerk; diameters tot circa 125 cm; glad en strak oppervlak, direct bruikbaar.
- Historisch: mogelijk bestond in Syrië al in de 8e eeuw iets als kroonglas; in 1330 introduceerde Philippe de Cacquerrai een blaasmethode voor grotere vlakke schijven.
Cilinders
- Werking: aan de blaaspijp worden lange holle cilinders uitgeblazen door blazen, ronddraaien en uitslingeren; na het afsnijden van de bolle kop en afkoeling werden cilinders met een roodgloeiende ijzeren staaf gespleten en vervolgens gevlakt in een strekoven.
- Kenmerken: cilinders konden circa 2 meter lang worden met een diameter van 30–45 cm; aanvankelijk gebeurde het doorsnijden met een gloeiende staaf, later met diamantglassnijders.
- Praktijk: de methode werd eeuwenlang toegepast en bleef in sommige regio's tot kort na de Eerste Wereldoorlog in gebruik (bijvoorbeeld in de Eerste Hollandse Vensterglasfabriek te Maassluis).
Documentatie
- Filmpje: Handgeblazen cilinderglas (van Lamberts).