Glazuur

Glazuur is het glasachtige, poriënvrije toplaagje op keramische producten en ook het papje dat dat laagje vormt tijdens bakken.

Betekenis

Glazuur is de glasachtige, poriënvrije toplaag op klei- en keramische producten en tevens de natte pasta die bij het bakproces dat laagje vormt. Tijdens het bakken verandert dit papje in een hard, doorzichtig of gekleurd glasachtig oppervlak dat aan het onderliggende product vastzit. Het verglaasde laagje maakt het oppervlak waterdicht en visueel afwisselender.

Toepassing

Glazuur wordt toegepast om het uiterlijk en de functionaliteit van keramische bouwproducten te verbeteren.

  • Verglazuren van gevel- en wandtegels voor decoratie en kleuraccenten.
  • Behandelen van baksteen en verblendstenen voor zichtzijde en blikvangers.
  • Aanbrengen op raamdorpels waar waterdichtheid gewenst is.
  • Glazuren van dakpannen en keramische dakbedekking.
  • Producten die esthetische effecten combineren met tactiliteit en verschillende glansgraden.

Aandachtspunten

  • Kosten: geglazuurde producten zijn duurder dan niet-geglazuurde varianten.
  • Waterdichtheid: het gesloten glazuuroppervlak maakt producten ondoordringbaar voor water.
  • Uiterlijk: glansgraad (mat, halfmat, glanzend), kleur en textuur variëren en reageren op lichtinval en lichtkleur.
  • Tastwaarde: gladheid en reliëf verhogen de tactiliteit van tegels en stenen.
  • Bakproces: hogere temperaturen beïnvloeden zowel glazuur als basisproduct; ongewenste sintering kan optreden bij te hoge temperaturen.

Materialen / samenstelling

  • Basis: kiezelzuur in oplossing (SiO2·nH2O) vormt de glasachtige substantie.
  • Smeltgedrag: kiezelzuur heeft een hoog smeltpunt (ongeveer 1700 °C) en wordt met smeltpuntverlagers verwerkt.
  • Additieven: zouten en metaaloxiden verlagen het smeltpunt en kleuren het glazuur; samen vormen zij silicaten.

Kleur en kleurstoffen

  • Loodoxide en tinoxide: vrijwel kleurloos uiterlijk.
  • IJzeroxide: rood.
  • Koperoxide: groen (heldergroen op witbakkende klei, donkergroen op roodbakkende klei).
  • Mangaanoxide: donkerbruin tot paars en zwart.
  • Kobaltoxide: helderblauw.
  • Antimoon: geel.
  • Moderne producties kunnen kleuren naar RAL-kleuren maken en variëren van satijn- tot hoogglanzend.

Uitvoering

  • Aanbrengen: een glazuur wordt als een laagje of "papje" van klei en toevoegingen op het product aangebracht.
  • Bakproces: tijdens het bakken verglazuurden het papje en een deel van het onderliggende product, waardoor het glazuur vastgebakken raakt.
  • Varianten in bakvolgorde:
    • Gelijktijdig bakken met glazuur: wordt aangeduid als engobe.
    • Eerst bakken, daarna glazuren en opnieuw bakken: wordt biscuit genoemd (tweemaal gebakken).

Texturen en vormen

Geglazuurde keramische producten bestaan in verschillende texturen en fabricagetechnieken:

  • Handvorm: ruwer oppervlak met nerfstructuur.
  • Vormbak: volle structuur met gekorreld oppervlak.
  • Wasserstrich: betrekkelijk glad (Nederlandse variant) tot wat ruwer en geschaafd (Duitse variant).
  • Strengpers: strak en glad met rechte belijning.

Verschil met engobe en biscuit

  • Engobe: de benaming wanneer product en glazuurlaag gelijktijdig worden gebakken; de glazuurlaag vormt tijdens dezelfde bakcyclus.
  • Biscuit: wanneer het product eerst wordt gebakken, daarna van glazuur wordt voorzien en vervolgens opnieuw gebakken; letterlijk tweemaal gebakken.

Terminologie

  • Synoniemen: "geven" wordt soms gebruikt als werkwoord voor het aanbrengen van glazuur.
  • Herkomst: het woord glazuur is ontleend aan het Duitse Glasur; het verouderde woord "glazuursel" heeft dezelfde betekenis. Engelse term: glaze.