Holle bouwsteenvloer
Een holle bouwsteenvloer is een vloerconstructie met holle bouwstenen die een meer of minder geïsoleerde 'betonnen' vloer vormt.
Betekenis
Een holle bouwsteenvloer bestaat uit holle bouwstenen of potten die samen met beton en wapening een vloerplaat vormen; zo ontstaat een meer of minder geïsoleerde, op beton gelijkende vloer. De constructie vervangt geheel of gedeeltelijk massief beton door holle elementen om gewicht, materiaalgebruik en soms isolatie te beïnvloeden.
Toepassing
Holle bouwsteenvloeren werden en worden toegepast om een lichtgewicht, geïsoleerde of gedeeltelijk vulbare vloer te maken.
- Toevoeging van een gewapende druklaag (dekvloer) om één geheel te vormen.
- Gebruik als vloerelementen die horizontaal met elkaar zijn gemetseld en gewapend.
- Vormen van holle liggers die nadien met beton worden opgevuld.
- In enkele systemen toegepast als dakbeschot of als schalen in dakconstructies.
Aandachtspunten
- Controleer bij oudere systemen op corrosie van de wapening; bij NeHoBo-vloeren (gelegd 1956–1984) werd vaak chloridehoudend water als versneller gebruikt, wat roest van wapening tot gevolg kan hebben en daardoor structurele onveiligheid kan veroorzaken; vervanging kan bij renovatie of nieuwe vloerbekleding noodzakelijk zijn.
- Houd rekening met uitvoeringsverschillen tussen systemen: sommige systemen vereisen minder betonnen balken of kunnen zonder hijskraan gelegd worden (bijvoorbeeld bepaalde Stalton‑uitvoeringen).
- Niet alle historische benamingen geven duidelijk welke uitvoering of welk materiaal precies werd toegepast; onderzoek kan nodig om het exacte systeem vast te stellen.
Uitvoering
Er bestaan meerdere uitvoeringen en bouwmethoden:
- Balkjes met holle bouwstenen ertussen: gewapende of voorgespannen betonnen balken op regelmatige afstand, met holle bouwstenen (vulpotten of broodjes) ertussen en een gewapende druklaag.
- Vloerelementen van gemetselde, horizontale holle bouwstenen met wapening.
- Holle liggers naast elkaar, wapening ingebracht en opgevuld met beton.
Specifieke voorbeelden en kenmerken:
- Stalton‑vloer (Zwitsers patent, NeHoBo, 1958): combinatie van potten en balken; latere varianten vervingen losse potten door bredere versies met meerdere openingen, waardoor minder balken nodig waren en de vloer sneller en vaak zonder hijskraan gelegd kon worden.
- NeHoBo‑vloer (ingenieur O. Jelsma, 1937): veel toegepast tussen 1956 en 1984; problemen door chlorideversnellers zijn gedocumenteerd.
- Perfora‑vloer (N.V. Metselsteen, voorheen Antoon Geldens Mij., 1941): vergelijkbaar met NeHoBo; onduidelijkheid over eventuele corrosionproblemen.
- Cusveller‑vloer: specifieke delen waren hol; er bestaan ook Cusveller‑vloeren met massieve liggers.
- Braming‑vloer: korte holle keramische buizen (circa 1920).
- Fusée‑vloer/dak: toepassing met aarden flessen of keramische fusées (circa 1945); voorbeelden als schalen/daken zijn bekend.
Niet altijd is de toegepaste methode bij historische merknamen duidelijk vast te stellen; voor onder meer Pfeifer (1920), Steno (1941), SVK (diagonaalsteenvloer, 1948) en Isolo (1948) ontbreekt precieze informatie over de gehanteerde holle‑bouwsteenmethode. Evenmin is bij enkele gebakken‑aardewerk‑systemen (Dongo, Hourdis, Excelsior, Bendor) zeker of deze uit holle bouwsteen bestonden.
Verschil met verwante begrippen
- Vergelijk met holle baksteen, systeemvloer en broodjesvloer als sterk verwante of overlappende begrippen.
- Historisch verwant aan balkenvloer en plaatvloer; deze termen worden bij vergelijkend onderzoek vaak genoemd.