Houtwal
Een houtwal is een lijnvormige aarden verhoging beplant met houtige gewassen die meerdere praktische en ecologische functies vervult.
Betekenis
Een houtwal is een lijnvormige aarden wal of haag, beplant met houtige gewassen of opgebouwd uit snoei‑ en dood hout; het begrip omvat zowel levende als dode materialen. Houtwallen functioneren als afscheiding, als schuil‑ en nestplaats voor dieren en kunnen bovendien als brandstof en geriefhout dienen.
Toepassing
Houtwallen komen historisch vooral op zandgronden voor en verschijnen ook op gemengde grond en bij weilanden.
- Als grenswal: scheiding tussen percelen of akkers.
- Als bescherming: barrièrefunctie tegen het indringen van ongewenste dieren.
- Als habitat: vluchtplaats en nestplaats voor veel dieren.
- Als hulpbron: levering van brandhout en geriefhout in de winter.
- Als landschapselement: voorkomen van erosie bij taluds (graft).
Aandachtspunten
- Gebruik zowel levend als dood hout afhankelijk van het gewenste type houtwal.
- Plaats palen elke circa 60 cm voor een stevige takkenwal; gebruik palen met een diameter van 8–12 cm.
- Zet palen diep in de grond (ongeveer 1/3 van de paallengte) en maak bij voorkeur het gat met een grondboor om verstoring te beperken.
- Sla de buitenste takken om de palen om kleinere takken in de wal vast te houden en uitval te verminderen.
- Kies bij snipperwanden een maaswijdte van kippengaas of wapeningsnet niet te groot zodat fijn vulmateriaal (bladeren, kleine takjes) bijeenblijft; bladeren vergaan echter relatief snel en vereisen periodieke aanvulling.
Typen / uitvoeringen
- Vlechtheg: een gevlochten haag van levend materiaal.
- Vlechttuin: doorgaans een gevlochten haag van dode takken.
- Takkenwal: dubbele rij palen met liggend gestapeld snoeihout tussen de palen; buitenste takken kunnen om de palen worden geslagen.
- Snipperwand: smalle, opvulbare wand tussen palen met kippengaas of betongaas en gevuld met snippers (bladeren, kleine takken); wordt soms verzwaard met rijen moten van stammetjes.
- Houtril: wal van dunnere en dikkere stammetjes (snoei‑/rooimateriaal) van ongeveer gelijke lengte.
- Houtsingel: een haag van houtige gewassen zonder duidelijke aarden verhoging; meestal lager dan een houtwal.
- Stobbenwal: aarden wal waarin afwisselend bovengrondse en half ingegraven wortelstobben zijn verwerkt.
- Akkermaalshout: historisch woord voor hakhout langs bouwland (heggen).
- Tuunwal: walletje van plaggen (graszoden) als afscheiding tussen percelen; wordt ook in overheidsdefinities gebruikt bij subsidiëring.
- Graft: talud van een heuvel of berg, vaak begroeid met heggen om erosie te vermijden.
Uitvoering / onderhoud
- Bouwkeuze (levend versus dood materiaal) bepaalt onderhoudsfrequentie: snipperwanden en houtwallen gebouwd uit bladeren of kleine snippers vragen regelmatige aanvulling omdat het vulmateriaal snel vergaat.
- Voor stevigheid verdient het de voorkeur palen goed te verankeren en de buitentakken om de palen te vlechten of te slaan zodat de binnenvulling blijft zitten.
- Het gebruik van betongaas heeft als voordeel dat veel kleine dieren, zoals egels, door de mazen kunnen passeren; pas de maaswijdte aan op de gewenste doorgankelijkheid en op het vasthouden van vulmateriaal.
Eisen / regelgeving
- Voor de definitie van sommige typen, zoals de tuunwal, wordt de term ook door overheden gehanteerd in subsidieregelingen; een tuunwal wordt hierbij omschreven als een van plaggen gemaakte afscheiding tussen twee percelen.