Hunebed

Een hunebed is een megalithisch gemeenschappelijk graf uit het Neolithicum, bedoeld voor meerdere begravingen.

Betekenis

Een hunebed is een grafkamer opgebouwd uit grote zwerfkeien (megalieten) die gemeenschappelijk gebruikt werd voor meerdere begrafenissen. Het bouwwerk bestond uit rechtopstaande draagstenen met liggende dekstenen en was vaak (maar niet altijd) bedekt met een dekheuvel van aarde en plaggen.

Toepassing

Hunebedden dienden als gemeenschappelijke grafkamers en herinneringsmonumenten.

  • Begraven van meerdere personen in één grafkamer.
  • Bijzetten van gebruiksvoorwerpen en soms de volledige wapenrusting van de overledene.
  • Markeren van een blijvende, monumentale aanwezigheid van voorouders.

Aandachtspunten

  • Dekheuvels zijn vaak verdwenen door roofzucht, nieuwsgierigheid en archeologisch onderzoek.
  • In de 19e eeuw zijn veel hunebedden gesloopt en zijn stenen hergebruikt.
  • Sommige hunebedden werden later hergebruikt voor bijkomende begravingen.
  • De precieze bouwwijze is niet eensgezind; er bestaan meerdere hypothesen over de constructie.

Onderdelen

  • Draagstenen: grote rechtopstaande zwerfkeien.
  • Sluitstenen: de grote stenen aan de korte zijden van de kamer.
  • Dekstenen: liggende, iets plattere zwerfkeien die de kamer afsloten.
  • Stopstenen: kleinere stenen geplaatst tussen grotere stenen.
  • Drempelsteen: steen in de ingang tussen de zijstenen.
  • Kransstenen: soms een rij stenen rond het bouwwerk.
  • Dekheuvel: overdekking met aarde en plaggen (soms alleen over de ingang).
  • Keienvloer: mogelijk met keien belegde vloer.
  • Megalieten: verzamelnaam voor draag- en dekstenen.

Bouwwijze

Er bestaan twee gangbare hypothesen over de constructie:

  • Eerst gaten graven en draagstenen inzetten, waarna dekstenen op de draagstenen worden geplaatst.
  • Eerst dekstenen op een heuvel neerleggen en vervolgens de grond onder de dekstenen gedeeltelijk weghalen om draagstenen te plaatsen.

Typen / uitvoeringen

Er zijn verschillende uitvoeringen en schaalgroottes, met name in Duitsland en Denemarken:

  • Gewone dolmen: één grafkamer, vier draagstenen en één deksteen.
  • Großdolmen: hunebed met drie tot zeven dekstenen (in Denemarken Stordysse genoemd).
  • Uitgebreide dolmen: twee geschakelde dolmens.
  • Grote dolmen: reeks geschakelde grafkamers, elk afgesloten door één deksteen.
  • Ganggraf: meerdere geschakelde grafkamers met een centrale ingang aan de zijkant.
  • Emslander kamergraf: langgerekte structuur met vele compartimenten, omgeven door een cirkel van staande stenen; voorbeeld nabij Odense op het Deense eiland Fynshay van 168 m lengte met meer dan tien kamers.
  • Variant Emslander: dubbele rij staande stenen.
  • Veel hunebedden bestaan uit meerdere kamers binnen een rechthoek van draagstenen.

Verschil met dolmen

  • Oriëntatie van de ingang: de dolmen heeft een ingang aan de korte zijde, het hunebed aan de lange zijde.
  • Constructie en overdekking: een dolmen heeft vaak maar één deksteen en is open, terwijl een hunebed vaak meerdere dekstenen heeft en oorspronkelijk met aarde overdekt was.

Herkomst en datering

Hunebedden dateren uit de periode van de Trechterbekercultuur (3400–2850 v.Chr.) in het Neolithicum en komen voor in heel West-Europa.

Verspreiding en aantallen

  • Nederland: 54 hunebedden, waarvan 52 in Drenthe en 2 in Groningen.
  • Duitsland: ongeveer 1350 megalithische monumenten.
  • Denemarken: ongeveer 2500 hunebedden.
  • Frankrijk (voornamelijk Bretagne): circa 1000 hunebedden en 5.000–6.000 menhirs.
  • Polen: naar schatting circa 70 hunebedden.