Ingesnoerde torenspits
Een ingesnoerde torenspits is een torenspits die boven de voet taps toeloopt en onderaan visueel 'ingesnoerd' lijkt.
Betekenis
Een ingesnoerde torenspits is een torenspits die een stuk boven de voet taps toeloopt en waarvan het onderste deel zodanig gevormd is dat de spits eronder met een draad of snaar ingesnoerd (aangetrokken) lijkt. Daardoor ontstaat een slanker, sierlijker silhouet en een visuele scheiding tussen onder- en bovenstuk.
Toepassing
Een ingesnoerde torenspits wordt toegepast op kerktorens en soortgelijke torens.
- Vormgeven van de spits: slanker en sierlijker bovenaan, soms overgang van vierkante toren naar achthoekige spits.
- Verbeteren van de stabiliteit en windafvoer: slanker bovenste deel vangt minder wind en rust beter op de onderbouw.
- Creëren van een vloeiende overgang naar een overstek, waarbij het overstek zowel onderbouw als spits extra allure geeft en hemelwater van de muren houdt.
Aandachtspunten
- Onderdelen: het onderste deel van een ingesnoerd rombisch dakschild heet de schoot.
- Vormvariatie: soms zijn er twee insnoeringen onder elkaar; bij zeer sterke insnoering ontstaat een kabouterachtig uiterlijk.
- Overgang: de overgang tussen onder- en bovenstuk kan ook minder scherp en meer glooiend zijn dan bij een echt ingesnoerd profiel.
- Vergelijking met naaldspits: een naaldspits heeft een dakhelling van 70° of meer; gotische naaldspitsen konden circa 80° bereiken.
Verschil met andere torendakvormen
- Rombisch dakschild: een ingesnoerd rombisch dakschild heeft een schoot als onderste deel; de ingesnoerde vorm wijkt af in het visuele 'ingesnoerde' profiel.
- Broach spire: de ingesnoerde torenspits is te vergelijken met andere torendakvormen zoals de broach spire, maar onderscheidt zich door het taps toelopende en ingesnoerde middenstuk.