Kloostermop
Een kloostermop is een grote baksteen van wisselende afmetingen die traditioneel in kloosterovens werd gebakken.
Betekenis
Een kloostermop is een grote maat baksteen, vaak van middeleeuwse oorsprong, die in kloosterovens is gebakken. De vorm en maat variëren sterk, maar het begrip duidt steeds op grotere, met de hand vervaardigde bakstenen die in historische bouwsels werden toegepast.
Toepassing
Kloostermoppen werden vooral gebruikt in historische bouw en kloosterbouw.
- Toepassen in stenen huizen en religieuze gebouwen vanaf circa 1200.
- Gebruiken in regio's waar lokaal gebakken baksteen gangbaar werd, met name Groningen, Friesland en Drenthe.
- Combineren met natuursteen (bijvoorbeeld tufsteen) in hoeken of elementen van gevels.
Aandachtspunten
- Rekening houden met grote maatvariatie: afmetingen verschillen per exemplaar en periode.
- Bij restauratie of meting de effectieve maat meenemen: een standaardkloostermop van 28,5 x 13,5 x 8,5 cm komt met een brede voeg overeen met 30,0 x 15,0 x 10,0 cm.
- Oudere moppen zijn doorgaans dikker; dikte kan aanwijzing geven voor ouderdom.
- Later gemaakte bakstenen zijn vaak kleiner omdat kleinere formaten makkelijker hanteerbaar zijn.
Afmetingen / doorsneden
- Typische omvang: circa 30–38 x 14–18 x 8–12 cm (lengte x breedte x hoogte).
- "Standaard" kloostermop: 28,5 x 13,5 x 8,5 cm; met een vrij brede voeg wordt dit ongeveer 30,0 x 15,0 x 10,0 cm.
Geschiedenis en herkomst
- Rond 1200 is in Nederland, met name in Groningen, Friesland en Drenthe, begonnen met het bakken van stenen in kloosters; dit markeert een herstart van steenbakken nadat kennis sinds de Romeinse tijd grotendeels verloren was gegaan.
- Aanvankelijk hadden kloostermoppen dezelfde grootte als geïmporteerde tufstenen uit de Eifel; later werd de steen kleiner gebakken om de hanteerbaarheid te verbeteren.
- De term 'klooster' verwijst naar het gebruik door kloosters in de begintijd van stenen bouw; 'mop' is etymologisch verwant aan woorden als homp, klomp of brok.