Kloostervenster

Een kloostervenster is een venstertype met twee ongeveer even grote ramen boven elkaar in één kozijn.

Betekenis

Een kloostervenster bestaat uit twee vensters van vergelijkbare grootte die boven elkaar in één kozijn zijn geplaatst. Het type wordt ook wel kloosterkozijn genoemd; oorspronkelijk was het bovenste venster voorzien van glas of glas-in-lood en het onderste van een luik, waarbij het bovenste licht gaf en het onderste lucht of afsluiting bood.

Toepassing

Het kloostervenster trad op in de bouw van de Hollandse Renaissance en was ongeveer twee eeuwen gangbaar.

  • Toegepast in gebouwen uit de Hollandse Renaissance (laat-Renaissance, ca. 1520).
  • Gecombineerd met bovenlicht in glas of glas-in-lood en een onderliggend luik.
  • In kozijnen die vaak vrij grote afmetingen en een dikke profieldoorsnede hadden vanwege een dragende functie.

Aandachtspunten

  • Onderscheid: bovenlicht en onderluik vervullen verschillende functies (licht versus lucht/afsluiting).
  • Kozijnmaat en profieldikte kunnen aanzienlijk zijn door historische dragende toepassingen.
  • Termen: ook aangeduid als kloosterkozijn; zie voorts vensterluik en bolkozijn voor verwante typen.

Verschil met bolkozijn

  • Bolkozijn: het lichtvenster en het luik zijn naast elkaar geplaatst en gescheiden door een middenstijl. Bij het kloostervenster staan de twee vensters boven elkaar in één kozijn.

Historiek

  • Het kloostervenster en het kruisvenster ontstonden in de Hollandse Renaissance rond 1520 en waren gedurende ongeveer twee eeuwen gangbaar.

(Noot: Engelse aanduiding in literatuur: "Dutch leaded casement window".)