Krimp
Krimp is in de bouwkunde een begrip met meerdere betekenissen, onder meer betonkrimp, krimp van hout en krimp van een gebouw.
Betekenis
Krimp heeft in de bouwkunde meerdere betekenissen, waaronder betonkrimp, krimp van hout en het zetten of inzakken van een pand of muur. Bij betonkrimp betreft het diverse mechanismen in jong en verhardend beton en de wisselwerking van het beton met de omgeving; krimp kan spanningen veroorzaken die tot scheurvorming leiden, meestal vanuit inwendige hoeken en bij versmallingen.
Toepassing
Krimp speelt een rol in verschillende onderdelen van de bouw.
- Bij heel jong beton in de plastische fase en bij jong beton in de verhardingsfase.
- In betonnen vloeren en oppervlaktelagen waar temperatuur- en vochtveranderingen optreden.
- Bij speciale betonsoorten zoals hogesterktebeton (HSB) en zelfverdichtend beton (SCC).
- Bij oppervlakteverschijnselen zoals craquelé aan de toplaag van beton.
Aandachtspunten
- Controleer spanningsopbouw: als de door krimp veroorzaakte spanningen groter zijn dan de treksterkte ontstaan scheuren.
- Let op inwendige hoeken en versmallingen: daar ontstaan scheuren het vaakst.
- Houd rekening met duurzaamheid: scheuren bij jong beton bevorderen het transport van agressieve stoffen naar de kern.
- Bescherm tegen autogene krimp: bij dreiging het beton besproeien of afdekken met waterdoordrenkt textiel om van buitenaanvulling van water mogelijk te maken.
- Beperk uitdrogingskrimp door het watergehalte te verlagen, bijvoorbeeld met plastificeerders die de waterbehoefte verminderen.
Soorten betonkrimp
- Plastische krimp: veroorzaakt door verdamping van water aan het vrije oppervlak van vers beton direct na uitvoering.
- Chemische krimp (verhardingskrimp): volumevermindering door hydratatie van cement; het volume van de hydratatieproducten is kleiner dan het oorspronkelijke volume van water en cement (na volledige hydratatie ongeveer 10% kleiner).
- Uitdrogingskrimp (drogings- of hydraulische krimp): samentrekken door verlies van vrij water uit de capillaire poriën; de mate van krimp hangt mede af van de relatieve vochtigheid over langere tijd.
- Autogene krimp: vorm van verhardingskrimp bij lage watercementfactor en bij betonsoorten met veel fijne stoffen; door opname van water tijdens hydratatie ontstaat inwendige uitdroging en capillaire druk, wat snelle krimp in de volledige betonmassa veroorzaakt.
- Thermische krimp: samentrekking door afkoeling nadat de exotherme hydratatiewarmte is vrijgekomen, wat bij afkoeling na warme stort periodes tot scheurvorming kan leiden.
- Craquelé: patroon van kleine scheurtjes in de toplaag door uitdroging; geen structurele gevolgen maar mogelijk cosmetisch en bevorderlijk voor indringing van water en stoffen.
Invloed van de water‑cementfactor en speciale betonsoorten
- Traditioneel beton (voorbeeldwcf ≈ 0,5): aanzienlijke krimp door uitdroging en beperkt of geen autogene krimp.
- Hogesterktebeton (HSB, voorbeeldwcf < 0,4) en sommige zelfverdichtende betonsoorten: beperkte uitdrogingskrimp maar aanzienlijke autogene krimp door lage water‑cementfactor en hoog gehalte aan fijne stoffen.
- Bij betonsoorten met dominante autogene krimp moeten maatregelen tegen interne uitdroging en watertekort worden voorzien (besproeien, bevochtigde afdekking).