Legakker
Een legakker is een langgerekte strook land in een veenplas, ontstaan als stortplaats bij het baggeren van veen.
Betekenis
Een legakker is een langgerekt (schier)eiland in een veenplas dat overblijft bij het baggeren van veen. Tijdens het baggeren met een baggerbeugel werd het uitgehaalde veen op die strook gelegd, waarna het kon drogen tot turf die als brandstof diende.
Toepassing
Legakkers functioneren als droog- en opslagplaats voor gebaggerd veen en structureren het veenlandschap.
- Dienen als strook waarop nat veen droogt en tot turf wordt verwerkt.
- Creëren afwisseling met petgaten; samen vormen ze een patroon van langgerekte stroken water en land.
- Bieden later vaak plaats aan tuinhuisjes, vakantieadresjes of zelfs woningen.
- Worden soms doorsneden door doorgaande wegen.
Aandachtspunten
- Erosie: legakkers konden door stormen overspoeld raken en afkalven, waardoor ze vaak een beperkt leven hadden.
- Verplassing: grootschalige vervening vergrootte plassen en bedreigde aangrenzende landerijen.
- Beplanting: houtachtige gewassen en riet werden voorgeschreven of toegepast om afkalven te voorkomen.
- Beschoeiing: het gevoeligste deel kan worden beschoeid, maar volledige beschoeiing is vaak ongewenst omdat het geen natuurlijke oever is.
- Opheffing: als er weinig veen meer was, konden legakkers zelf met de baggerbeugel worden weggebaggerd, resulterend in één grote veenplas.
Ontstaan
Legakkers ontstonden vanaf circa 1530 door natte vervening: met een baggerbeugel werd veen onder de waterspiegel uit de plas getrokken en op een aangewezen strook gelegd. Het tussenliggende water dat zo ontstond, heet petgat (ook trekgat, pet of weer). Door in één lijn te baggeren ontstonden lange evenwijdige petgaten en legakkers.
Verplassing en voorbeelden
Door winstgevende vervening werden veel plassen groter en smolten legakkers soms samen tot uitgestrekte veenplassen. Maatregelen zoals voorschriften over minimale breedte van legakkers en maximale breedte van trekgaten werden ingesteld (bijvoorbeeld in 1592 door de Staten van Utrecht), maar werden niet altijd nageleefd. Voorbeelden van veenplassen die deels zo zijn ontstaan zijn de Loosdrechtse plassen en de Vinkeveense plassen; ook het oorspronkelijke Haarlemmermeer was een dergelijke veenplas vóór drooglegging.
Onderhoud
Bij bebouwde legakkers gebeurt het onderhoud meestal door eigenaren. Voor niet-bebouwde cultuurhistorische legakkers wordt soms beheer en onderhoud uitgevoerd, inclusief pilotprojecten voor rietaanplant en andere maatregelen om verdere afkalving tegen te gaan.