Lei

Een lei is een deel van een gekliefde plaat van leisteen of kwartsiet, toegepast als dak-, vloer- en gevelbekleding.

Betekenis

Een lei is een deel van een gekliefde plaat van leisteen of kwartsiet, gebruikt als bouwmateriaal voor afwerkingen van gebouwen. De term lei verwijst zowel naar de individuele plaat als naar het gesteente waaruit de platen bestaan. Dakleien in keramiek, beton of kunststof worden leipannen genoemd, naar de combinatie van lei en dakpan.

Toepassing

Lei wordt toegepast als natursteenbekleding voor daken, vloeren en gevels.

  • Dakbedekking: traditionele leibedekking voor hellende daken.
  • Gevelbekleding: zowel vlakke als ronde gevels kunnen met leidelen worden bekleed.
  • Vloerbedekking: als natuursteenvloer.
  • Decoratief: variatie in leitjes en banen voor een gevarieerd gevelbeeld.
  • Leipannen: keramische, betonnen of kunststof varianten als alternatief voor natuursteenlei.

Aandachtspunten

  • Waterdichtheid: de fijnkorrelige en dichte structuur van leisteen maakt leien waterdicht.
  • Kleur en textuur: leisteen varieert van egaal grijzig tot lichtere schakeringen, roestbruin of vrijwel zwart.
  • Natuurproduct: kleur- en textuurverschillen zijn kenmerkend omdat lei een natuurlijk gesteente is.
  • Verwerking: het vlakke oppervlak maakt het materiaal relatief eenvoudig te verwerken.
  • Bevestiging: gebruik van corrosiebestendige bevestigingen (bij voorkeur messing of roestvast staal) om wegroesten te vermijden.

Materialen / uitvoeringsvormen

  • Natuursteenlei: gekliefd uit leisteen of kwartsiet, met variërende kleur- en textuurmogelijkheden.
  • Leipannen: dakpannen van keramiek, beton of kunststof die afgeleid zijn van de traditionele lei.

Gereedschappen

  • Leihamer en leibrug: voor het op maat kappen van leien.
  • Kapijzer (kapbrug, leidekkersaambeeld): vergelijkbaar in gebruik met de leibrug.
  • Leihaak: bevestigingsmiddel voor leien; materiaalkeuze beïnvloedt corrosiebestendigheid.
  • Rooihaak: om bij restauraties spijkers uit leien te trekken.
  • Ladderhaak: bevestiging voor de ladder van leidekkers en andere dakdekkers, gebruikt als valbeveiliging.

Werkzaamheden van de leidekker

  • Sorteer de leien op dikte op de grond; de dikste leien komen onderaan het dakvlak.
  • Hes de leien op het dak met een pannenlift of transportlier.
  • Markeer op het dakbeschot met smetlijnen waar de leihaken per laag worden geslagen.
  • Bevestig voet-, hoek- en kopleien met leinagels; bevestig de overige leien aan leihaken.
  • Hak, knip of slijp leien op maat.
  • Sla met een leihamer nagelgaten in de leien.
  • Werk af met daklood.

Verschil met vezelcementlei en leipan

  • Vezelcementlei: een andere materiaalcategorie ter vervanging van natuursteenlei.
  • Leipan: verwijst naar dakpannen van keramiek, beton of kunststof die linguïstisch afgeleid zijn van lei en dakpan; anders van samenstelling dan natuursteenlei.

Etymologie

Het woord lei is beperkt tot het Nederlands en Duits en vermoedelijk ontleend aan het Gallische lei; dit wordt ondersteund door vergelijkingen met Oudierse vormen zoals lie en lia (steen).