Lift

Een lift is een meer of minder verticaal transportmiddel om goederen of personen tussen niveaus te verplaatsen.

Betekenis

Een lift is een verticaal of vrijwel verticaal transportmiddel om goederen of personen naar verschillende niveaus te brengen, meestal bestaande uit een cabine of kooi die in een schacht op en neer beweegt. De installatie omvat vaak een tegengewicht en elektronische besturing en wordt ingedeeld naar vervoerde last, toepassing of hijsmethode.

Toepassing

Lifttoepassingen variëren sterk naar functie en bouwsituatie.

  • Vervoeren van personen: personenlift, woonhuislift, ziekenhuislift (beddenlift).
  • Vervoeren van goederen: goederenlift, kleingoederenlift (dossier- of spijslift), autolift, industrielift.
  • Speciale toepassingen: verhuislift (ladderlift), mindervalidenlift, panoramische lift, shuttlelift.
  • Bouw- en werfgebruik: bouwlift, kantellift, schaarheftafel als tijdelijke of logistieke oplossing.

Aandachtspunten

  • Voorzien van vangmechanisme en andere veiligheidsvoorzieningen om val bij kabelbreuk te voorkomen; dit principe maakte brede toepassing van liften mogelijk.
  • Liften worden periodiek gecontroleerd en vallen onder veiligheidsvoorschriften zoals door de liftnijverheid en toezichthouders opgesteld.
  • Bepaalde typen blijken onveilig of zijn verboden: trommelliften zijn praktisch in onbruik vanwege botsingsrisico en paternosters zijn door de wetgever verboden.
  • Hydraulische liften bereiken over het algemeen lagere maximale hoogten dan tractieliften; hydraulische systemen hebben een gebruiksmaximum rond 25 m.
  • Schachtomkadering: onderscheid tussen gesloten schachtliften (cabinelift) en open uitvoeringen (platformlift, schaarheftafel, traplift); voor transparante buitenopstellingen is een machinekamerloze uitvoering een geschikte optie.
  • Deurdifferentiatie: toegangen kunnen handmatig (bijvoorbeeld draaideur) of automatisch uitgevoerd zijn, onder andere als telescoopdeuren.

Typen en indeling

Liften kunnen volgens verschillende gezichtspunten worden onderscheiden:

  • Naar vervoerd materiaal: personenlift, goederenlift, autolift, kleingoederenlift, ziekenhuis- of beddenlift.
  • Naar toepassing of locatie: woonhuislift, industriële lift, bouwlift, panoramische lift, verhuislift.
  • Naar hijsmethode of aandrijving: tractielift, hydraulische of elektro-hydraulische lift, trommellift, spindellift, tandheugellift, vacuümlift, schaarlift, mastheffer.

Werking / aandrijving (kort)

  • Tractielift: hijskabels lopen via een katrol bovenaan; de cabine is in balans met een tegengewicht.
  • Hydraulische lift: een of meer cilinders bewegen de kooi door oliedruk; types verschillen onder meer door plaatsing van de motor (bijvoorbeeld rugzak of tandem).
  • Trommellift: hijskabels worden opgewonden rond een trommel, zonder tegengewicht; deze uitvoering wordt niet meer toegepast vanwege veiligheidsrisico's.
  • Spindel- en tandheugellift: mechanische klimbeweging langs geleiding met spindel of tandheugel.
  • Vacuümlift: opzuigen van de kooi door onderdruk boven de kooi.
  • Schaarlift: werkt met een schaarmechanisme en wordt vaak toegepast als heftafel of laad-en-los-lift.

Historiek

  • De introductie van een vangmechanisme door Elisha Otis en diens demonstratie in 1852 leidde tot vertrouwen in de veiligheid van liften en maakte hogere bouw mogelijk.
  • In Nederland werd in 1929 een branchevereniging voor liften opgericht die bijdroeg aan landelijke veiligheidsvoorschriften; sindsdien zijn periodieke controles en regels deel van de liftenbranche.