NAP
Normaal Amsterdams Peil geeft de hoogte van een locatie aan ten opzichte van een vast nationaal referentiepunt.
Betekenis
Het NAP is de hoogte ten opzichte van een uniek, vast referentiepunt dat voor geheel Nederland geldt en wordt vastgelegd door officiële hoogtemerken (peilmerken). Oorspronkelijk was het NAP-niveau gekoppeld aan het gemiddelde zeeniveau en later aan het gemiddelde waterpeil van het IJ bij Amsterdam; tegenwoordig is het gekoppeld aan een vast referentievlak en gelinkt aan een Europees referentiesysteem. Rijkswaterstaat heeft de wettelijke taak om het NAP te koppelen aan het European Vertical Reference System (EVRS).
Toepassing
Het NAP wordt gehanteerd voor het eenduidig bepalen en communiceren van hoogten in Nederland.
- Bepalen van waterstanden en peilniveaus.
- Vastleggen van de hoogte van bouwwerken en kunstwerken ten opzichte van het landelijk referentievlak.
- Weergeven van hoogten in kaartlagen, bijvoorbeeld in de Hoogtekaart en het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN).
- Gebruik bij landmetingen en koppeling aan Europese referentiesystemen; moderne hoogtemetingen maken vaak gebruik van GPS.
Aandachtspunten
- Het peilmerk is fysiek vastgelegd, maar kan relatief bewegen door bodembewegingen zoals breukbewegingen, sedimentatie en nawerking van de laatste ijstijd.
- Er bestaan ongeveer 35.000 NAP-peilmerken door het hele land, verankerd in onder meer woonhuizen, bruggen en viaducten; vrijwel overal is binnen ca. 1 km een peilmerk te vinden.
- West-Nederland ligt grotendeels onder NAP; het NAP geeft hoogte ten opzichte van het referentievlak, onderscheid tussen grond- en grondwaterstanden blijft relevant (bijv. winterpeil onder NAP).
- In 2005 is het NAP-nulpunt gecorrigeerd vanwege stijging van het gemiddelde zeeniveau.
- Bij hoogtevergelijkingen moet rekening gehouden worden met lokale bodembewegingen en verschillende meetdata voor correcte relativiteitsberekeningen.
Peilmerk
Een NAP-peilmerk is een bout of merkteken dat de hoogte ten opzichte van het NAP vastlegt en verankerd is in de vaste zandlaag of constructies. Hoewel het merkteken zelf vastligt aan de ondergrond, kan die ondergrond ten opzichte van het middelpunt van de aarde verschuiven, waardoor de absolute positie verandert.
Bodembeweging en zeespiegelstijging
- Absolute zeespiegelstijging: toename van de hoogte van het zeeniveau op aarde tussen twee datums.
- Relatieve zeespiegelstijging: som van de absolute zeespiegelstijging en de lokale bodembeweging.
- Langs de kust en in Noord-Holland daalt het NAP-referentievlak met circa 2–5 cm per eeuw; in Oost- en Zuid-Nederland stijgt het met circa 5–10 cm per eeuw.
- Lokale bodemdaling kan sterk afwijken en de relatieve stijging aanzienlijk vergroten (voorbeeld: door grondwateronttrekking).
Meetpunten (kernnetbouten)
Voor landmetingen bestaan aparte meetpunten zoals meetspijkers of meetnagels die deel uitmaken van het kernnet. Deze meetpunten zijn vaak van RVS of messing en worden in asfalt of in voegen tussen trottoirtegels aangebracht; ze dragen vaak de tekst "MEETPUNT". Voor aanleg van wegen worden regelmatig nieuwe meetpunten geslagen.