Nestkast

Een nestkast is een kleine behuizing voor dieren waar zij hun eieren leggen en jongen grootbrengen.

Betekenis

Een nestkast is een kleine, afgeschermde behuizing waarin dieren hun eieren leggen en uitbroeden of hun jongen baren en grootbrengen. De kast biedt beschutting tegen weersinvloeden en roofdieren en vergroot de kans op succesvol broeden door geschikte vliegopening, diepte en beschutting te combineren.

Toepassing

Nestkasten worden gebruikt voor vogels en andere kleine dieren zoals vleermuizen, marters en egels.

  • Bieden broedgelegenheid in tuinen, aan muren of in spouwmuren.
  • Vervangen of aanvullen natuurlijke nestmogelijkheden bij gebrek aan holten.
  • Worden ingezet soortgericht: er bestaan specifieke kasttypes voor bijvoorbeeld huismus, meesachtigen, zwaluwen en merel.

Aandachtspunten

  • Kies de kast afgestemd op de diersoort; opening en afmetingen variëren per soort.
  • Houd rekening met de diepte van de aanvliegopening tot de bodem: dieper is veiliger voor jongen, maar ze moeten er wel uit kunnen vliegen.
  • Monteer stevig en beschut; voorkom slingeren en bonken en zorg voor een vrije aanvliegroute zonder takken.
  • Plaats de kast op een rustige plaats, uit de buurt van katten (ongeveer 1,5–2 m hoog) en bij voorkeur met aanvliegopening naar noordoost.
  • Maak na het broedseizoen de kast schoon met kokend water (gebruik huishoudhandschoenen) en sluit de kast na droging weer goed; plaats geen camera tenzij strikt noodzakelijk.

Materialen / uitvoeringsvormen

  • Meestal van hout vervaardigd.
  • Ook mogelijk in steen, beton, keramiek of harde klei.
  • Varianten zijn onder meer muurbeugelkasten, in spouwmuur ingebouwde kasten en ingebouwde neststenen.

Typen / uitvoeringen

  • Beugelkast: aan de muur te bevestigen.
  • Inbouwkast: in spouwmuur of gevel ingebouwd, soms als neststeen uitgevoerd.
  • Zwaluwpan: speciale dakpanuitvoering geschikt voor huiszwaluwen.
  • Vogelvide: speciale uitvoering voor mussen die broedgelegenheid biedt zonder dakbeschadiging.
  • Soortsgerichte kasten: verschillende modellen voor huismus, pimpelmees, koolmees, merel, roodborst, huiszwaluw e.d.

Plaatsing

  • Hang meerdere kasten voor dezelfde vogelsoort niet te dicht bij elkaar; ongeveer 10 m tussen kasten voor dezelfde soort en circa 3 m tussen kasten voor verschillende soorten; uitzonderingen bestaan (mussen, spreeuwen, zwaluwen broeden vaak dicht bij elkaar).
  • Vermijd volle zon: een zuidplaatsing alleen onder een overstek of diepe dakgoot zodat de kast in de schaduw blijft.
  • Zorg dat de aanvliegopening vrij blijft en dat jonge dieren een veilige vluchtweg hebben; overweeg gaas om bomen ter bescherming tegen katten.

Onderhoud en gebruik

  • Maak nestkasten na het broedseizoen grondig schoon met kokend water; gebruik handschoenen en sluit de kast na schoonmaken en drogen.
  • Bij extreem heet weer kan tijdelijk een natte doek over de bovenkant worden gehangen om oververhitting te beperken; houd de aanvliegopening vrij.
  • Nieuwe nestkasten het najaar ophangen zodat dieren kunnen wennen en ze in de winter beschutte plekken bieden.

Veiligheid en beperkingen

  • Niet alle dieren tolereren nauwe nabijheid van mensen; houd voldoende afstand.
  • Sommige dieren (bijvoorbeeld vleermuizen of mollen) reageren anders op menselijke aanwezigheid of zien mensen niet op dezelfde manier.
  • Sommige dieren kunnen door bijten of krabben ziekten overbrengen; wees voorzichtig bij onderhoud en contact.