Noodafvoer

Een noodafvoer is een afvoer voor hemelwater die wateraccumulatie op het dak tegengaat om bezwijken door waterbelasting te voorkomen.

Betekenis

Een noodafvoer is een ontlastvoorziening op het dak of in een dakgoot die optreedt wanneer het hemelwaterpeil bij hevige regen of door verstopping te hoog wordt. De primaire functie is het voorkomen van bezwijken van de dakconstructie door overtollige waterbelasting af te voeren.

Toepassing

Noodafvoeren worden toegepast om wateraccumulatie en overbelasting van daken te vermijden.

  • Vrijlaten van een dakgoot zodat die kan overstromen.
  • Inzetten van een gedeeltelijk verlaagde dakrand als overloop.
  • Aanbrengen van een "brievenbus" of groot rond gat als nooduitlaat.
  • Plaatsen van een noodafvoersysteem met afvoeren in het dakvlak.
  • Gebruik van een spuwer als noodafvoer.

Aandachtspunten

  • Niet aansluiten op het rioleringsstelsel om overbelasting van de gemeentelijke riolering bij hevige regenval te voorkomen.
  • De bepaling van nooduitlaten (spuwers en overstorts) wordt door de constructeur vastgesteld in verband met de toelaatbare dakbelasting; de verantwoordelijkheid ligt bij de constructeur, niet bij de installateur van het hemelwaterafvoersysteem.
  • Water dat uit een noodafvoer stroomt, duidt erop dat er te veel water op het dak blijft staan en/of dat de riolering het aanbod niet tijdig kan verwerken.
  • Ontwerpfouten die tot wateraccumulatie leiden: onvoldoende afschot, onvoldoende capaciteit van de hemelwaterafvoer, onvoldoende stijfheid van de constructie.
  • Uitvoeringsfouten met betrekking tot wateraccumulatie: foutief of slecht aangebracht afschot, verkeerde kolommen of hoogte van kolommen, lichtere dakplaten dan voorgeschreven, foutieve plaatsing of grootte van noodafvoeren en hemelwaterafvoeren.

Eisen / regelgeving

  • Een dak moet voorzien zijn van een opvang- en afvoervoorziening voor hemelwater met een volgens NEN 3215 bepaalde capaciteit en belastbaarheid.
  • Binnen een bouwwerk gelegen voorzieningen voor opvang en afvoer van hemelwater moeten, bepaald volgens NEN 3215, lucht- en waterdicht zijn.
  • De sterkte en stijfheid van ieder dak moet worden gecontroleerd met een regenwaterbelasting zoals vermeld in NEN 6702 (en voortgezet in praktijkrichtlijn NPR6703).
  • Het toepassen van noodoverlopen is niet verplicht, maar wordt geadviseerd gezien het aantal dakinstortingen door wateraccumulatie.

Ontwerp en berekening

  • Er bestaan berekeningen om plaats en grootte van de noodoverloop te bepalen; bij die berekeningen spelen onder meer de volgende factoren een rol:
    • Regenintensiteit: 14 mm in 5 minuten (dwz. 0,047 l / m2 / s).
    • Manier van waterafvoer: een groot plat dak met afschot < 1,6% vormt een risico; een afschot van minimaal 2% wordt aanbevolen. Ook de grootte van kiezelbakken en hemelwaterafvoeren (hwa's, regenpijpen) beïnvloedt het afvoervermogen.
    • Stijfheid van het dak: lichte constructies zijn risicovoller; staalconstructies met stalen profielplaten vertonen relatief veel vervorming bij extra belasting.
  • De ministeriële adviezen voor de breedte (b) van de noodafvoer op basis van het dakoppervlak dat op één noodafvoer afwatert:
    • 50 m2 → b = 0,30 m
    • 100 m2 → b = 0,61 m
    • 150 m2 → b = 0,92 m
    • 200 m2 → b = 1,22 m
    • 250 m2 → b = 1,53 m

Fouten / misstanden

  • Veelvoorkomende ontwerpfouten: onvoldoende afschot, onvoldoende capaciteit van hemelwaterafvoeren, onvoldoende stijfheid van de constructie (bijv. onjuiste bevestiging of omvang van dakplaten, liggers, kolommen).
  • Veelvoorkomende uitvoeringsfouten: foutieve uitvoering van het afschot, verkeerde of foutieve kolomhoogtes, toepassen van lichtere dakplaten dan voorgeschreven, foutieve plaatsing of onjuiste grootte van noodafvoeren en hemelwaterafvoeren.