Dakvormen, kapvormen
Dakvormen of kapvormen omvatten de verschillende geometrische en esthetische uitgangspunten van een dak, zoals gebogen, knik- of lessenaarsdak.
Betekenis
Dakvormen of kapvormen benoemen de vorm van het uitwendige dakvlak en de globale geometrie van een dak; variaties omvatten eenvoudige hellende daken, gebogen vormen, gebroken daken en gespecialiseerde vormen zoals koepel- of tentdaken. De keuze van de vorm bepaalt zowel het silhouet van het gebouw als het interieurvolume.
Toepassing
Dakvormen komen voor in uiteenlopende bouwkundige en historische contexten; voorbeelden uit de praktijk:
- Kegeldaken vormen de conische daken van trulli in Alberobello.
- Kameeldaken verschijnen in historische boerderijen in de Alblasserwaard en Giethoorn als vloeiende overgang tussen woon- en bedrijfsgedeelte.
- Golvende daken zijn toegepast bij projecten zoals Bodegas Ysios, Koppert BV en het Zentrum Paul Klee.
- Mansardedaken en andere gebroken daken worden gebruikt om extra ruimte te creëren onder het dak.
Aandachtspunten
- Hol en bol: een hol gebogen dak heeft een uitwendig dakvlak dat naar binnen gebogen is; een bol gebogen dak heeft een naar buiten gebogen uitwendig vlak.
- Knikdak: een knikdak is een gebroken dak (ook knikkap); varianten met een holle of bolle knik hebben verschillende ruimtelijke en esthetische gevolgen.
- Ruimte versus silhouette: sommige gebroken daken (bijvoorbeeld met een holle knik) geven extra leefruimte terwijl de dakvoet laag blijft; andere vormen (bijvoorbeeld bepaalde bolle knikdaken) kunnen minder bruikbare binnenruimte geven dan een rechtlopend dak.
- Kegeldak: normaal met een cirkelvormig grondvlak, maar kan ook licht geschubd of veelhoekig voorkomen.
- Klokdak: heeft een luidklokvormige kromming en wordt vaak met vier of meer dakschilden uitgevoerd.
Typen en korte omschrijvingen
De volgende kapvormen worden onderscheiden (niet-limitatieve opsomming):
- Gebogen dak (hol en bol): dak met een gebogen uitwendig vlak; soms aangeduid als hol dak of bol dak.
- Gebroken dak / knikdak (knikkap): dak met een zichtbare knik in het profiel; omvat ook mansardedak.
- Golvend dak: dak met een continu golvende vorm.
- Kameeldak: dak met een duidelijk hoger gedeelte en een vloeiende overgang.
- Kegeldak: conische vorm, vaak met cirkelvormig grondvlak (bijv. trullo).
- Klokdak: luidklokvormig dak, vaak met meerdere dakschilden.
- Lessenaarsdak: enkel hellend dakvlak.
- Plat dak: horizontaal of bijna horizontaal dakvlak.
- Schilddak, zadeldak, piramidedak, tentdak, torendak, sheddak, zaagtanddak, v-dak, parabooldak, schaaldak, tondak, spitsboogdak, rombisch dak, segmentdak, etc.: diverse vormen met eigen geometrie en toepassing.
Historische en regionale opmerkingen
- Kameeldak ontstond onder meer als regionale reactie op hoge waterstanden in de negentiende eeuw in het Zuidhollandse rivierengebied; boeren creëerden hogere bedrijfsgedeelten met vloeiende overgang naar het woonhuis.
- Veel dakvormen hebben regionale of culturele varianten (bijv. zadeldaken in specifieke bouwstijlen, trulli met kegeldaken).