Open haard

Een open haard is een binneninstallatie voor het verbranden van brandstof (meestal hout) voor verwarming en sfeer.

Betekenis

Een open haard is een verbrandingsplaats in een woonruimte waarbij de verbrandingsgassen in de ruimte of via een schoorsteen worden afgevoerd. De haard levert warmte en sfeer, maar brengt ook gezondheids-, milieu- en brandveiligheidsaspecten met zich mee.

Toepassing

Open haarden worden gebruikt voor verwarming en als sfeerhaard in woningen.

  • In woonkamers en recreatieruimten als aanvullende warmtebron.
  • Als alternatief voor houtkachels of gashaarden.
  • In situaties waar direct zicht op het vuur gewenst is.

Aandachtspunten

  • Voorkom stoken bij windstil weer, mist of relatief hoge buitentemperaturen om rookoverlast en slechte trek te vermijden.
  • Gebruik alleen puur, onbehandeld hout; vermijd behandeld hout, geverfd hout, geteerd hout, triplex, multiplex, OSB, spaanplaat en kunststof.
  • Regel de luchttoevoer: niet permanent volledig open zetten (geeft te veel hitte en vonken), maar ook niet volledig afsluiten bij oververhitting (risico op onvolledige verbranding en koolmonoxide).
  • Ventileer de verblijfsruimte tijdens het stoken (bijvoorbeeld ventilatierooster open of raam op een kier).
  • Verwijder as tijdig zodat voldoende lucht bij het brandende hout kan komen; bij normale houtverbranding blijft ongeveer 5–10% as over.

Houtkwaliteit

  • Droog hout heeft bij voorkeur een vochtgehalte onder 20%; twee jaar droge opslag op verhoogde plaats wordt aanbevolen.
  • Schoon hout zonder vuil zorgt voor betere ontbranding.
  • Beschimmeld hout eerst laten drogen.
  • Zogenoemde allesbranders bestaan niet; kunststof verbranden is schadelijk voor gezondheid, haard en afvoerkanaal.

Onderhoud en veiligheid

  • Laat de schoorsteen minstens één keer per jaar vegen; bij frequent stoken is tweemaal per jaar aan te raden (bijv. in september en januari).
  • Vraag het veegbewijs als documentatie voor de verzekering bij schoorsteenbrand.
  • Houd kleine kinderen uit de buurt van open vuur; bij kinderen met ademhalingsproblemen (bijv. bronchitis, astma) is minder stoken of stoken op momenten dat zij niet aanwezig zijn aan te raden.

Verbrandingstekens

  • Goede verbranding kenmerkt zich door vrijwel ondoorzichtige vlammen; witte, blauwe, gele of lichtrode vlammen zijn acceptabel.
  • Donkere rook duidt meestal op onvolledige verbranding, nat hout of vervuild hout.
  • Nat hout maakt een hard, sissend geluid tijdens verbranding.

Eisen / regelgeving

  • De regelgeving rond fijnstof en stookgedrag is in de loop der jaren aangescherpt door overheidsinstanties op Europees en nationaal niveau.
  • Sinds de jaren 1990 is de hoeveelheid fijnstof sterk afgenomen.