Pinakel
Een pinakel is een spits toelopende, slanke, torenvormige bekroning uit de gotische bouwkunst.
Betekenis
Een pinakel is een torenvormig, spits toelopend element dat gebouwen bekroont of accentueert, veelal uit de gotische bouwkunst. Het dient zowel als decoratief element als structurele verzwaring, bijvoorbeeld op steunberen van luchtbogen.
Toepassing
Pinakels komen voor op diverse plaatsen aan kerk- en historische gebouwen.
- Boven en naast vensters en portalen
- Op steunberen van luchtbogen (verzwaring)
- Op geveltoppen
- Op borstweringen
Aandachtspunten
- Bestaat uit drie hoofdonderdelen: voet, schacht (lijf) en spits (kepel).
- Meestal vierkant of achthoekig van grondvlak.
- Schacht kan deels open zijn (plaats voor een beeld) of voorzien van casementen (blinde, ondiepe nissen).
- Spits of kepel draagt vaak hogels (knopversieringen) en eindigt in een kruisbloem (fiaal, fioel).
- De knop of sierbol bovenaan wordt pumeel genoemd.
Kenmerken
- Drieledige opbouw: voet, schacht en spits.
- Vormvariatie doorgaans vierkant of achthoekig.
- Decoratieve en structurele functies gecombineerd: esthetiek én extra massa ter ondersteuning van steunconstructies.
- Decoratieve details omvatten hogels, casementen en kruisbloem als afsluiting.
Onderdelen
- Voet: onderste aansluitende deel dat de pinakel met de muur of steunbeer verbindt.
- Schacht (lijf): middendeel dat soms open is of blinde nissen bevat; soms bedoeld als nis voor een beeld.
- Spits (kepel): bovenste, vaak versierde gedeelte met hogels.
- Kruisbloem (fiaal, fioel): afsluitend element bovenop de spits.
- Pumeel: de knop of sierbol helemaal bovenaan de pinakel.
Etymologie
Het woord pinakel komt via het Franse pinacle van het Latijnse pinnaculum, een verkleiningsvorm van pinna/penna. De term kepel is waarschijnlijk afgeleid van het woord kap. Engelse equivalent: pinnacle.