Polijsten
Polijsten is een oppervlak glad en glanzend schuren, wrijven of slijpen met fijne slijpmiddelen.
Betekenis
Polijsten is het bewerken van een oppervlak door schuren, wrijven of slijpen met zeer fijne slijpmiddelen zodat het oppervlak glad en glanzend wordt. Bij gepolijst werk zijn geen krassen van het schuurmiddel zichtbaar en komt de diepste kleur van het materiaal tot uiting.
Toepassing
Polijsten wordt toegepast om oppervlakteglans en kleurdiepte te verkrijgen of te herstellen.
- Polijsten van koper- en zinkplaten met een vloeibaar middel zoals Brasso, meestal met een doekje.
- Intensieve toepassingen met polijstmachines, polijstschijven (voor elektrische boren) en polijstpasta's.
- Polijsten van natuursteen na voorafgaand zoeten om een glanzend oppervlak te verkrijgen.
- Polijsten van etsschade: zie daarvoor de term salpeter.
Aandachtspunten
- Gebruik een schuurmiddel dat minstens even hard is als de te bewerken steen en een korrelgrootte kleiner dan 0,15 mm bij natuursteenpolijsten.
- Controleer dat er geen krassen van het schuurmiddel zichtbaar blijven op het oppervlak na het polijsten.
- Zorg dat het glanseffect niet is verkregen door lak; het gepolijste uiterlijk moet inherent aan het materiaal zijn.
- Verberg slecht polijstwerk niet met was; de conserverende werking van was op de glans wordt vaak overschat.
- Niet iedere steen is geschikt om te polijsten.
Materialen en uitvoeringsvormen
- Vloeibare polijstmiddelen zoals Brasso voor koper en zink.
- Fijne poeders, bijvoorbeeld tinas (tinoxide), een fijn wit zacht poeder voor polijstoepassingen.
- Mechanische hulpmiddelen: polijstmachines en polijstschijven voor elektrische boren.
- Polijstpasta's en doeken voor handmatig wrijven.
Verschil met politoeren
Politoeren is een specifieke afwerkingstechniek voor hout waarbij een schellak-alcohol-oplossing meermaals wordt ingewreven om glans te creëren; polijsten betreft breder het gladmaken en glanzend maken van diverse materialen met fijne slijpmiddelen.
Herkomst van de term
Het woord polijsten is afkomstig van het Oudfranse poliss-, verwant aan het Franse polir en het Latijnse polire (gladmaken); verwante vormen leidden ook tot het woord politoer via het Duits en Latijnse politura.