Polymeer

Een polymeer is een groot molecuul opgebouwd uit een lange keten van herhaalde monomeren.

Betekenis

Een polymeer bestaat uit een lange keten van gelijke delen (monomeren) die chemisch aan elkaar zijn verbonden. Polymeren komen zowel in de natuur voor, zoals eiwitten en zetmeel, als in kunstmatige materialen zoals thermoplasten, thermoharders en elastomeren. De eigenschappen van een polymeer hangen onder meer af van het gebruikte monomeer.

Toepassing

Polymeren vormen zowel natuurlijke biologische macromoleculen als basisgrondstoffen voor kunststoffen en elastomeren.

  • Natuurlijke voorbeelden: eiwitten en zetmeel.
  • Kunstmatige vormen: thermoplasten, thermoharders en elastomeren.
  • Voorbeelden van polymeertypen: polyester, polyurethaan (PUR), polyetheen (PE), polypopeen (PP), polyvinylchloride (PVC), polystyreen (PS).

Aandachtspunten

  • Eigenschappen variëren met het monomeer waaruit de keten is opgebouwd.
  • Kunstmatige polymeren worden meestal verkregen bij de destillatie van aardolie.
  • Polymerisatie is de reactie waarbij monomeren zich verbinden tot polymeren.

Materialen / uitvoeringsvormen

  • Thermoplasten: kunststoffen die bij verwarming vervormbaar zijn.
  • Thermoharders: kunststoffen die na uitharding niet meer smeltbaar zijn.
  • Elastomeren: rubberachtige polymeren met veerkrachtige eigenschappen.
  • Veel voorkomende namen van polymeren: polyester, polyurethaan (PUR), polyetheen (PE), polypopeen (PP), polyvinylchloride (PVC), polystyreen (PS).

Polymerisatie

Polymerisatie is het verschijnsel waarbij polymeren worden gevormd uit monomeren.

Etymologie / terminologie

Het woord polymeer is afgeleid van het Griekse polumeres (veel delen hebbend), van polus (veel) en meros (deel); het begrip werd voor het eerst gebruikt in 1898. Engels: polymer.