Risicoklasse

Risicoklasse is een aanduiding van de omgevingscondities voor hout en bepaalt welke duurzaamheidsklasse nodig is bij verschillende vochtblootstellingen.

Betekenis

Een risicoklasse beschrijft de omgevingsklasse van hout op basis van de aard en duur van vochtblootstelling (bijvoorbeeld zoet water, grondwater of zout water). Voor hout geeft de risicoklasse aan welke duurzaamheidsklasse vereist is in combinatie met het permanente of niet-permanente karakter van het houtvochtgehalte. In de context van bouwwerken kan risicoklasse ook een aanduiding van de gevolgklasse hebben.

Toepassing

Risicoklassen worden toegepast bij de selectie en toepassing van hout.

  • Aanduiding van de omgevingscondities bij houtgebruik.
  • Keuze van de vereiste duurzaamheidsklasse afhankelijk van gewenste levensduur.
  • Onderscheid tussen toepassingen met en zonder grondcontact en tussen blootstelling aan zout of zoet water.
  • In bouwwerken ook gebruikt als gevolgklasse (andere context dan hout).

Aandachtspunten

  • Reële duurzaamheid hangt af van de mate en duur van blootstelling aan water (zoet water, grondwater, zout water).
  • Risicoklasse 5 wordt als gunstig beschouwd; dat staat tegenover de duurzaamheidsklasse waarbij 1 de meest gunstige klasse is.
  • Voor een correcte materiaalkeuze moeten de gewenste levensduur (bijvoorbeeld 25 of 10 jaar) en het houtvochtgehalte worden meegewogen.
  • Let op verschillen tussen permanente en incidentele vochtblootstelling en op aanwezigheid van grondcontact.

Risicoklassen en bijbehorende duurzaamheidsklassen

Bij de keuze van hout gelden per risicoklasse de volgende omschrijvingen van vochtblootstelling en de bijbehorende duurzaamheidsklassen, afhankelijk van de gewenste levensduur (25 jaar respectievelijk 10 jaar):

  • Risicoklasse 1

    • Houtvochtgehalte: permanent < 20%
    • Duurzaamheidsklassen: 25 jaar → duurz.kl. 1, 2, 3, 4, 5; 10 jaar → duurz.kl. 1, 2, 3, 4, 5
  • Risicoklasse 2

    • Houtvochtgehalte: incidenteel, kortdurend > 20%
    • Duurzaamheidsklassen: 25 jaar → duurz.kl. 1, 2, 3; 10 jaar → duurz.kl. 1, 2, 3, 4
  • Risicoklasse 3

    • Houtvochtgehalte: regelmatig, kortdurend > 20%
    • Duurzaamheidsklassen: 25 jaar → duurz.kl. 1, 2; 10 jaar → duurz.kl. 1, 2, 3, 4
  • Risicoklasse 4(a)

    • Houtvochtgehalte: permanent > 20%
    • Duurzaamheidsklassen: 25 jaar → duurz.kl. 1, 2; 10 jaar → duurz.kl. 1, 2, 3
  • Risicoklasse 4(b)

    • Houtvochtgehalte: permanent > 20% met grondcontact
    • Duurzaamheidsklassen: 25 jaar → duurz.kl. 1; 10 jaar → duurz.kl. 1, 2, 3
  • Risicoklasse 5

    • Houtvochtgehalte: permanent > 20% (zout water)
    • Duurzaamheidsklassen: 25 jaar → duurz.kl. 1; 10 jaar → duurz.kl. 1, 2

Verschil met duurzaamheidsklasse

  • Risicoklasse: beschrijft de omgevingscondities en vochtblootstelling waaraan het hout wordt blootgesteld.
  • Duurzaamheidsklasse: geeft de intrinsieke duurzaamheid van het hout aan.
  • Cijferinterpretatie: bij risicoklasse geldt dat een hoger cijfer (5) gunstiger is; bij duurzaamheidsklasse geldt dat een lager cijfer (1) gunstiger is.