Duurzaamheidsklasse
De duurzaamheidsklasse geeft de natuurlijke duurzaamheid van houtsoorten aan en voorspelt hun levensduur tegen schimmelaantasting.
Betekenis
De duurzaamheidsklasse is de indeling van de natuurlijke duurzaamheid van kernhout tegen schimmels en vergelijkbare aantastingen. Er bestaan vijf klassen (NEN-EN-350-2) die een indicatie geven van de verwachte levensduur van het hout; spinthout valt vrijwel altijd in duurzaamheidsklasse 5 en is dus niet duurzaam.
Toepassing
De duurzaamheidsklasse wordt gebruikt bij de keuze en behandeling van houtsoorten.
- Bepalen of een houtsoort geschikt is voor een specifieke toepassing en blootstellingsconditie.
- Vastleggen welke verduurzaamende behandeling nodig is bij toepassing van een minder duurzame soort.
- Schatten van de verwachte levensduur van constructieve en buitentoepassingen.
Aandachtspunten
- Spinthout valt vrijwel altijd in klasse 5 en is niet duurzaam.
- De herkomst (groeigebied) kan de duurzaamheidsklasse van een soort beïnvloeden; sommige soorten zijn daarom niet eenduidig in te delen.
- De werkelijke levensduur hangt af van blootstelling aan zoet water, grondcontact en zout water; dit wordt in combinatie met de risicoklasse beoordeeld.
- Toepassing van hout met een lagere duurzaamheidsklasse dan vereist vergt verduurzaamende behandeling.
- Enkele soorten (bijv. robinia) staan bekend als zeer duurzaam; soorten binnen hetzelfde geslacht (bijv. massaranduba) kunnen uiteenlopende klassen hebben.
Eisen / regelgeving
De vijf duurzaamheidsklassen en hun indicatieve levensduur zijn als volgt (volgens NEN-EN-350-2):
- Klasse 1: zeer duurzaam: > 25 jaar
- Klasse 2: duurzaam: 15–25 jaar
- Klasse 3: matig duurzaam: 10–15 jaar
- Klasse 4: weinig duurzaam: 5–10 jaar
- Klasse 5: niet duurzaam: < 5 jaar
Voorbeelden per klasse
Voorbeelden van houtsoorten per duurzaamheidsklasse (selectie):
- Klasse 1: afzelia, Angelim Vermelho (vermoedelijk), azobé (in watercontact), bilinga, demerara groenhart, jarrah, mansonia, massaranduba bidentata, moabi, okan, padoek, pau amarelo, teak, walaba
- Klasse 1–2: afrormosia, iroko, kapur, merbau, robinia
- Klasse 2: azobé, bangkirai, basralocus, bossé, bubinga, cedrela, Europees eiken, jatoba, karri, kastanje, kempas, louro vermelho, mahonie, massaranduba huberi, sepetir, wengé, taxus, western red cedar (WRC)
- Klasse 2–3: Amerikaans wit eiken, framiré, kosipo, purperhart, sipo, tola branca
- Klasse 2–4: donkerrode meranti (dark red meranti)
- Klasse 3: cedrorana, danta, keruing, movingui, massaranduba amazonica, mutenye, niangon, noten, sapeli, tiama, douglas fir, lorkenhout, pitch pine
- Klasse 3–4: dibétou, krappa, lichtrode meranti (light red meranti), red balau; agathis, grenen, lodgepole pine
- Klasse 4: Amerikaans rood eiken, avodiré, eyong, hickory, iepen, limba, mengkulang, okoumé; Amerikaans grenen, Carolina pine, dennen, hemlock, southern pine, vuren, weymouth
- Klasse 4–5: ogea; parana pine, radiata pine, sitka spruce
- Klasse 5: abachi, abura, baboen, berken, Europees beuken, essen, elzen, esdoorn, haagbeuken, fuma, ilomba, koto, linden, populieren, ramin, sugi
Duurzaamheid en risicoklasse
De vereiste duurzaamheidsklasse hangt af van de risicoklasse, die de blootstellingscondities en het houtvochtgehalte beschrijft. Indicatieve koppeling tussen risicoklasse, houtvochtgehalte en toegestane duurzaamheidsklassen voor gewenste levensduur:
- Risicoklasse 1: permanent < 20%:
- Gewenste levensduur 25 jaar: duurz.kl. 1, 2, 3, 4, 5
- Gewenste levensduur 10 jaar: duurz.kl. 1, 2, 3, 4, 5
- Risicoklasse 2: incidenteel, kortdurend > 20%:
- 25 jaar: duurz.kl. 1, 2, 3
- 10 jaar: duurz.kl. 1, 2, 3, 4
- Risicoklasse 3: regelmatig, kortdurend > 20%:
- 25 jaar: duurz.kl. 1, 2
- 10 jaar: duurz.kl. 1, 2, 3, 4
- Risicoklasse 4(a): permanent > 20%:
- 25 jaar: duurz.kl. 1, 2
- 10 jaar: duurz.kl. 1, 2, 3
- Risicoklasse 4(b): permanent > 20% met grondcontact:
- 25 jaar: duurz.kl. 1
- 10 jaar: duurz.kl. 1, 2, 3
- Risicoklasse 5: permanent > 20% (zout water):
- 25 jaar: duurz.kl. 1
- 10 jaar: duurz.kl. 1, 2
Verduurzaming
- Toepassing van een houtsoort met een lagere duurzaamheidsklasse dan vereist vereist een verduurzaamende behandeling.
- Voorbeelden van verduurzaamende behandelingen:
- Acetyleren: resulteert in Accoya-hout.
- Density-thermo (onder druk en hogere temperatuur): verduurzaamt bamboe tot duurzaamheidsklasse 1.
Opmerkingen
- Robinia wordt genoemd als één van de duurzaamste Europese houtsoorten met een hoge weerstand tegen insectenaantasting, waardoor het geschikt is voor bepaalde constructieve toepassingen.