Ruilverkaveling
Ruilverkaveling is het herverdelen van agrarische grond om grotere, aaneengesloten kavels te creëren en de bedrijfsvoering te verbeteren.
Betekenis
Ruilverkaveling is het proces waarbij kavels boerenland worden geruild en herverdeeld zodat grotere, aaneengesloten percelen ontstaan. Dit maakt mechanisering en schaalvergroting mogelijk en beoogt een economischer bedrijfsvoering van agrarische bedrijven.
Toepassing
Ruilverkavelingen worden ingezet met meerdere doelen:
- Vergroten van aaneengesloten percelen voor efficiëntere landbouwexploitatie.
- Opheffen of samenvoegen van kleine, economisch minder levensvatbare boerenbedrijven.
- Ontsluiten van buitengebieden door aanleg of verbetering van wegen.
- Creëren van nieuwe boerderijlocaties en verbeteren van afwatering.
- Aanleggen van recreatieve ontsluiting (fietspaden, wandelpaden), winning van zand en soms het opheffen van spoorwegovergangen.
Aandachtspunten
- Leiden tot sanering van kleinschalige boerenbedrijven, met verlies van bestaande boerderijen.
- Veroorzaken van verlies aan biodiversiteit door verdwijning van gemengde bedrijven en geschikte leefgebieden.
- Vervlakking van het landschap door kap van bosjes, rooien van heggen en dempen van greppels en sloten.
- Verplaatsen van agrarische belangen die natuur, landschap en niet-agrarische belangen kunnen verdringen.
- Creëren van grotere afstanden tussen landschapselementen en tussen bewoners en hun omgeving.
Ontwikkeling en wettelijke veranderingen
Ruilverkavelingen begonnen rond 1890 als middel tot schaalvergroting en mechanisering; na de Eerste Wereldoorlog groeide de interesse vanuit voedselzekerheid en ontsluiting van het platteland. De eerste ruilverkavelingswet dateert uit 1924; vooral na de Tweede Wereldoorlog (vanaf circa 1950) vond veel herverdeling plaats. In 1985 werd de ruilverkavelingswet vervangen door de Landinrichtingswet, waarna de aandacht verschoof van alleen ruilverkaveling naar bredere landinrichting, waaronder omvorming naar natuur- en recreatiegebieden.
Landschappelijke en ecologische effecten
- Verlies van coulissenlandschap en historische kleinschalige landschapselementen.
- Afname van broed- en leefgebieden voor vogels, insecten en kleine zoogdieren door grootschalige ontginning en sanering.
- Soms versterking van oude karakteristieken door rationele herordening, waarbij oude boomlinten, dijkjes of bosschages worden geïntegreerd; in andere gevallen uitwissing van die kenmerken en een sterk vervlaakt beeld.