Schoot
Schoot is een meervoudig gebruikte term in de bouw en slotenmakerij, met betekenissen variërend van slottong tot dakdeel of afgeschuinde kant.
Betekenis
Schoot heeft verschillende, contextgebonden betekenissen. Het kan de tong van een deurslot of grendel zijn, de verticale staaf van een muuranker, het onderste deel van een geknikt dak of de afgeschuinde kant van een muur of dorpel. Als onderdeel van een slot zorgen schoten ervoor dat de deur daadwerkelijk gesloten wordt; als onderdeel van een muuranker houdt de schieter een balk tegen de muur.
Toepassing
Schoot verschijnt in verschillende onderdelen van bouw en deurtechniek.
- In sloten: als tong die in het kozijn of het sluitplaatje valt.
- In deurmechanismen: onderscheid tussen dagschoot en nachtschoot.
- Bij muurankers: als verticale staaf (schieter) die door het oog van de strop/veer loopt.
- In dak- en metselwerk: als het onderste deel van een geknikt dak of als afgeschuinde kant van een muur of dorpel.
Aandachtspunten
- Schoten zijn de delen van een slot waarmee de deur daadwerkelijk gesloten kan worden; bediening en beveiliging verschillen per type.
- Een dagschoot gaat naar binnen bij het bewegen van de deurkruk; een nachtschoot wordt met sleutel of draaiknop naar buiten gebracht (deur staat dan "op het nachtslot").
- Bij muurankers gaat de schieter door het oog van de strop (veer) en drukt zodoende het muuranker tegen de muur om een balk aan te trekken.
- De betekenis als afgeschuinde kant is een oudere, Middelnederlandse term en correspondeert met het schuine, onderste deel van constructies zoals ingesnoerde torenspitsen.
Onderdelen
- Dagschoot: onderdeel van een slot dat bij het bedieningsmechanisme (deurkruk) naar binnen beweegt; Engels: catch bolt.
- Nachtschoot: onderdeel dat via sleutel of draaiknop naar buiten gebracht wordt en het nachtslot vormt; Engels: lock bolt.
- Schieter (bij muuranker): de verticale staaf die door het oog van de strop/veer gaat en het muuranker tegen de muur drukt; Engels: anchor bar.