Silt

Silt is een kleiachtige, zeer fijnkorrelige grondsoort met deeltjes van 0,002 tot 0,063 mm.

Betekenis

Silt is een granulair afzettingsgesteente dat bestaat uit zeer fijne zanddeeltjes. De korrelgrootte ligt doorgaans tussen 0,002 en 0,063 mm (2–63 micrometer), waardoor silt qua korrelgrootte tussen zand en klei in zit. De deeltjes hebben minder binding met elkaar dan bij klei, en silt behoort, net als klei, tot de slappe gronden: samendrukbaar en dus geen draagkrachtige bodem.

Toepassing

Silt komt voor in sedimentaire afzettingen en wordt in bodem- en grondclassificaties onderscheiden op basis van korrelgrootte.

  • Classificeren als fractie tussen 0,002 en 0,063 mm binnen de textuurindeling van sediment.
  • In veel gevallen classificeren als leem volgens NEN 5104.
  • In Vlaanderen wordt silt aangeduid als leem.
  • Aanduiden als slappe grond bij geotechnische beoordeling.

Aandachtspunten

  • Silt is samendrukbaar en geldt niet als draagkrachtige bodem; rekening houden met zettingen.
  • De deeltjes hebben minder onderlinge binding dan klei, wat invloed heeft op sterkte en gedragingen bij ontwatering.
  • In de Verenigde Staten wordt silt vaak als fractie van 2 tot 50 micrometer gehanteerd; grenswaarden kunnen dus regionaal verschillen.
  • Sloef is een kleiachtige vorm van silt met deeltjes van circa 2 tot 16 micrometer.
  • Vergelijk silt met slib en löss (een siltige leem).

Verschil met zand en klei

  • Korrelgrootte: silt bevindt zich tussen zand en klei in; zand heeft significant grotere deeltjes, klei kleinere.
  • Binding: siltdeeltjes binden minder sterk aan elkaar dan kleideeltjes, wat zich uit in ander mechanisch gedrag en samenhang.