Spijkergeld
Spijkergeld is een traditionele term voor een vergoeding of boete die in verschillende historische en financiële contexten voorkomt.
Betekenis
Spijkergeld duidt op een vergoeding of boete die in uiteenlopende situaties wordt toegepast. De term is historisch gebruikt voor kosten bij beschadiging van zaagbladen, als naam voor een klein vrij op te vragen restbedrag bij hypotheken en als vergoeding in militaire contexten.
Toepassing
Spijkergeld komt voor in verschillende contexten:
- Als boete bij zaagwerk wanneer een zaagblad op een spijker of schroef in het hout stuit.
- Als vrij op te vragen restbedrag bij hypotheken met Nationale Hypotheek Garantie (NHG).
- Als vergoeding aan Romeinse soldaten voor het onderhouden of vervangen van de spijkers onder hun sandalen (Duitse term: Nagelgeld).
Aandachtspunten
- Beschadiging van zaagtanden kan leiden tot kosten die historisch als spijkergeld werden aangerekend.
- Bij NHG betreft spijkergeld een restbedrag van maximaal € 2.500,00 dat vrij (dus zonder nota's of facturen) kan worden opgevraagd.
- Het doel van dat hypotheek‑spijkergeld is het kunnen voldoen van de eerste nota's.
- De term kent regionale en historische varianten in gebruik en betekenis.
Historiek en voorbeelden
- In de windzaagmolen van het landgoed Twickel bij Delden (gebouwd 1771) hangt een houten bordje met de vermelding: "Als een zaag op ijsser stoot: 12 stuivers", een concreet voorbeeld van spijkergeld in de zaagindustrie.
- Ter vergelijking: het zagen van 100 voet eiken kostte destijds 20 stuivers, waardoor het genoemde spijkergeld relatief hoog kon aanvoelen.
- In de Romeinse context kregen soldaten een vergoeding voor het vervangen van de nagels in hun sandalen; die vergoeding werd spijkergeld genoemd (Nagelgeld in het Duits).