Spreidingsweerstand

De elektrische weerstand van een aardverbinding of aardingslus die de afvoer van foutstroom naar de aarde bepaalt.

Betekenis

De spreidingsweerstand is de weerstand van de aardverbinding of aardingslus ten opzichte van de aarde; ze bepaalt in welke mate foutstroom veilig naar de aarde kan vloeien. Een te hoge spreidingsweerstand verhoogt de kans dat foutstroom via een persoon naar aarde loopt.

Toepassing

De spreidingsweerstand wordt gemeten en beoordeeld in installaties:

  • Tijdens het onderzoek vóór indienststelling door de erkende controle-instelling.
  • Op de aardverbinding(en) en/of de aardingslus van een installatie.
  • Als criterium om te bepalen of bijkomende maatregelen of specifieke differentieelinstellingen vereist zijn; de waarde mag niet groter zijn dan 30 Ω, of maximaal 100 Ω wanneer bijkomende maatregelen worden genomen.

Aandachtspunten

  • Laat de meting uitvoeren door de erkende controle-instelling tijdens de keuring vóór indienststelling.
  • Houd de spreidingsweerstand ≤ 30 Ω; waarden tussen 30 Ω en 100 Ω zijn alleen aanvaardbaar indien bijkomende maatregelen worden getroffen.
  • Wees zich bewust van het risico: bij gebrek aan een degelijke aardverbinding kan foutstroom via een persoon vloeien en dodelijk zijn.
  • Controleer of de aardverbinding correct is aangebracht en elektrisch verbonden met de aarde.

Aardverbinding en aardingslus

  • Aardverbinding (voor bestaande gebouwen): één of meerdere met elkaar verbonden en in de grond aangebrachte geleidende stukken die een elektrische verbinding vormen met de aarde.
  • Aardingslus: wordt in de voorschriften vermeld in verband met nieuwe gebouwen (tekst in het voorschrift beschrijft de toepassing voor nieuwbouw).

Relatie met differentieelstroominrichtingen

  • Wanneer de spreidingsweerstand een waarde tussen 30 Ω en 100 Ω heeft, gelden aanvullende bepalingen rond de keuze of instelling van differentieelstroominrichtingen; in die gevallen moeten de voorschriften voor differentieelgevoeligheden worden geraadpleegd.