Staalverbinding
Een staalverbinding brengt stalen bouwdelen mechanisch samen zodat krachten en momenten tussen profielonderdelen worden overgedragen.
Betekenis
Een staalverbinding verbindt afzonderlijke stalen onderdelen (zoals kolommen, liggers en platen) zodat belastingen veilig van het ene naar het andere element worden overgebracht. Verbindingen kunnen zodanig worden uitgevoerd dat ze momentvaste, flexibele of scharnierende eigenschappen bieden.
Toepassing
Staalverbindingen worden toegepast in constructies en prefab-elementen.
- Verbinden van kolom en ligger (kolom-ligger)
- Aansluiten van liggers op liggers (ligger-ligger)
- Bevestigen van platen, voetplaten en kopplaten
- Uitvoeren van verbindingen met pennen of scharnieren
- Realiseren van hoeken en detailverbindingen zoals T-hoeken en stijve driehoeken
Aandachtspunten
- Kies tussen geboute of gelaste uitvoering afhankelijk van ontwerp- en montage-eisen.
- Houd rekening met randafstanden, boutafstanden en plaatsing van bouten bij geboute verbindingen.
- Besteed aandacht aan lassoorten en laspositie; fouten en spanningscomponenten beïnvloeden sterkte.
- Vermijd puntlassen bij gebouwkundige toepassingen waar deze bijna nooit worden toegepast.
- Voor momentoverdracht bepalen de uitvoering en combinaties van las en bout of de verbinding scharnierend, flexibel of momentvast is.
Materialen / uitvoeringsvormen
- Geboute staalverbindingen: diverse configuraties met bouten, kopplaten, flensplaten en lijfplaten; voorbeelden zijn voetplaat, T-hoek en stijve driehoek.
- Gelaste staalverbindingen: T-hoeklas, hoeklas, stompe las, sleuf- en pluglassen, en volledige penetratielassen; verschillende lasnaden en posities voor uiteenlopende belastingsrichtingen.
Typen / uitvoeringen
- Kolom-ligger: uitvoeringen met verstijvingen, eenvoudige of vaste verbindingen; combinaties van las en bout leveren flexibele of momentvaste verbindingen op; mogelijk scharnierend of star.
- Ligger-ligger: verbindingen in één vlak, gestapeld of op dezelfde hartlijn; uitvoeringen met lipverbinding, kopplaatverbinding of hoekstaalverbinding.
- Penverbindingen: verbindingen met pennen voor specifieke verplaatsings- of draai-eigenschappen.
- Platen en scharnieren: dwarsverbindingen, lipverbindingen en scharnieren met voetplaat en bouten.
Onderdelen
- Bouten en moeren, kopplaat, flensplaat, lijfplaat, lijfhoekstaal, flenshoekstaal, voetplaat.
- Lasnaden en lasposities: typen zoals hoeklas, stompe las en volledige penetratie.
Verschil met geboute en gelaste verbindingen
- Geboute verbindingen gebruiken mechanische bevestiging (bouten) en vereisen aandacht voor rand- en boutafstanden en plaatsing.
- Gelaste verbindingen realiseren continuïteit door materiaalverbinding; lassoort, penetratie en lasfouten beïnvloeden eigenschappen en belastingsgedrag.