Steeg

Een steeg is een nauwe straat, doorgaans tussen de voorgevels van gebouwen en meestal niet doodlopend.

Betekenis

Een steeg is een smalle verbinding in het stratenpatroon, vaak gelegen tussen de voorgevels van gebouwen. Het is een echte straat met huizen, meestal niet doodlopend en veelal aanwezig in oudere stadscentra.

Toepassing

De term wordt gebruikt voor specifieke typen smalle wegen en verbindingen in bebouwde gebieden.

  • Als smalle verbindingsweg tussen twee grotere straten.
  • Als woonstraat met huizen langs de steeg (soms slechts aan één kant).
  • Als doorgang die zodanig smal kan zijn dat hij te klein is voor autoverkeer.
  • In steden en dorpen waar het oude stratenplan bewaard bleef.
  • In sommige gewesten ook voor smallere wegen op het platteland.

Aandachtspunten

  • Nauw en smal: vaak te smal voor auto's en primair geschikt voor voetgangers.
  • Bebouwing: kan huizen aan één of beide zijden hebben; functioneert als straat.
  • Doodlopendheid: een steeg is doorgaans niet doodlopend; een doodlopende variant kreeg soms andere benamingen.
  • Locatie: veelal te vinden in oude stadscentra die hun oorspronkelijke structuur behouden hebben.
  • Terminologie: onderscheid maken tussen verwante termen zoals slop, achterom en hof.

Soorten

  • Steeg: een smalle verbinding en (veelal bewoonde) weg.
  • Slop: een smalle, doodlopende en (veelal bewoonde) weg; vaak met een armoedige connotatie.
  • Achterom: een smalle, doodlopende en onbewoonde weg; kan vaak aan de straatzijde worden afgesloten.
  • Hof: een steeg, slop of achterom met relatief ruime aanleg en kleinschalige woningen (soms verkleind naar hofje).

Andere benamingen

  • Gang
  • Gas (Nijmegen: doodlopend: halvegas)
  • Gast (van het Duitse gasse; voorbeelden als straatnaam: Massegast)
  • Gats (ook: gaank, ruke; Limburg)
  • Ginkien (Urk)
  • Glap ("tochtgat"; Zuid-Holland)
  • Gloep ("kier"; Groningen)
  • Glop (smalle doorgang: vooral in Noord-Holland en Vlieland)
  • Gloppe ("tussenruimte, steeg"; Friesland)
  • Steiger (Enkhuizen)

Opmerkingen

  • Een doodlopende steeg werd ook wel blinde steeg genoemd.
  • Wanneer de doorgang slechts een zeer nauw gangetje tussen twee huizen is, spreekt men vaak van ozendrop (ruimte tussen zijgevels voor hemelwaterafvoer en als brandgang).
  • De term slop heeft door de tijd heen een negatieve lading gekregen; historisch duidde het op een doodlopende of schuilhoek, later op armoedige stegen of wijken.