Stuik

Stuik duidt op het kopse uiteinde van een plank of het nauw aansluiten van twee dergelijke uiteinden zonder voegwerk.

Betekenis

Een stuik is het afgezaagde of kopse uiteinde van een lange, meestal platte, constructie zoals een plank of balk. Stuiken is tevens het werkwoord voor het nauw tegen elkaar laten sluiten van twee kopse kanten, en de term duidt ook op de voeg die zo ontstaat tussen twee planken, staven of buizen.

Toepassing

Stuiken komt voor bij bouw- en timmerwerk en bij lassen.

  • Aansluiten van de kopse kanten van planken in lengterichting, bijvoorbeeld bij steigerplanken.
  • Vorming van de voeg tussen twee planken of tussen twee metalen staven.
  • Lassen van staven of buizen met een stuikverbinding (stuiklassen), bijvoorbeeld normale of V-stuiklas.

Aandachtspunten

  • Stuiken gebeurt zonder gebruik van verbindingen zoals messing-en-groef; de kopse kanten worden nauw tegen elkaar geplaatst.
  • Bij metaal bestaat de stuikvoeg uit gelaste verbindingen met verschillende vullingsgraden (gedeeltelijke vulling, volledige vulling, overvolle las).
  • Nauwsluitendheid van de stuik bepaalt de mechanische en esthetische kwaliteit van de aansluiting.

Terminologie / vertalingen

  • Engels: to butt (voor het werkwoord), butt weld (voor stuiklas), butt splice (voor betonstaal), fusion weld (in hoogspanningstoepassingen).