Toog

Toog is een meervoudig gebruikte term die onder meer een licht gebogen constructievorm en een tapkast aanduidt.

Betekenis

Toog heeft meerdere contextafhankelijke betekenissen in bouw en algemeen taalgebruik. Het kan een lichte maar duidelijk gebogen vorm van een constructie zijn, bijvoorbeeld bij raam- en deuropeningen. Daarnaast wordt toog gebruikt voor een zeer lichte opbolling van een ligger of plaatvloer (synoniem voor zeeg). Verder duidt toog een bepaalde, relatief slechte soort tufsteen aan en wordt het gesproken voor de tapkast in een café.

Toepassing

Toog komt in verschillende situaties voor:

  • Gebogen constructie bij raam- en deuropeningen (toogvormen, toograam/toogvenster).
  • Opbolling van ligger of plaatvloer (zeeg) ter compensatie van doorbuiging.
  • Grondstof: tufsteen met een groot gehalte aan puimsteen, gebruikt als tras (poeder-/gruisvormig tufsteen voor mortel).
  • Tapkast in cafés en horecazaken.

Aandachtspunten

  • Context bepaalt de betekenis; in bouwkundige teksten kan toog zowel een boogvorm als een zeeg betekenen.
  • Voor de materialenomschrijving: toog verwijst naar een tufsteenvariant met geringere poreusheid en veel puimsteen; deze vorm wordt ook aangeduid als duifsteen.
  • Etymologie verschilt per betekenis: de bouwkundige toog is afgeleid van het oude werkwoord togen/tijgen (trekken, slepen), de betekenis 'tapkast' is afgeleid van togen (tonen, vertonen).

Verschil met zeeg

  • In veel contexten wordt toog als ander woord voor zeeg gebruikt; zeeg is de zeer lichte opbolling van een ligger of plaatvloer om doorbuiging te compenseren.