Talud
Talud is de schuinte van het zijvlak van aardwerken, dijken en spoorbanen, ook wel aangeduid als beloop.
Betekenis
Het talud is de helling of glooiing van het zijvlak van grondwerken zoals dijken, spoorbanen, vestingwerken en andere aardwerken. Het vormt het schuine deel tussen het boven- en onderlichaam van een grondwerk en kan verschillende vormen en onderdelen hebben.
Toepassing
Het talud komt voor in uiteenlopende civieltechnische en militaire constructies.
- Bij dijken en waterkeringen als schuinte tussen kruin en teen.
- Langs spoorbanen als bermelement van een spoorlichaam.
- Bij vestingwerken als schuine zijde van een borstwering of talus.
- In grondwerken waarbij horizontale delen onderdeel zijn van het talud, zoals bermen of banketten.
- Bij grotere dijken met bermen en afdeklagen: klei/gras, onderhoudsberm, steenbekleding, kreukelberm en vooroever.
Aandachtspunten
- Het horizontale deel van een grondwerk met talud wordt berm of banket genoemd.
- Een gebogen, iets bollende vorm van een talud heet tonrondte.
- Kreukelberm is een berm met stenen bestort, gelegen aan de teen van de dijk.
- Terminologie kan per toepassing verschillen (bijvoorbeeld vestingwerken).
Herkomst
De term talud is ontleend aan het Middelfranse talut, tallut, talu (Nieuwfrans talus), ontwikkeld uit het Latijnse talutium (helling, uitspringende rotslaag). Het woord is waarschijnlijk terug te voeren op een Keltische vorm taluton, afgeleid van talos (voorzijde, voorhoofd).
Vertalingen
- Engels: slope.
- Specifiek: talud van een dijk = slope of a dyke/dike; flauw talud = gentle slope; hellingshoek van het talud = slope gradient.
- (Van vestingwerken) wordt soms het Engelse talus gebruikt.